Wie bepaalt wat een lezer tijdens het lezen voelt: de lezer of de schrijver?

‘Als schrijver manipuleer je mensen met taal: je zet woorden op een bepaalde volgorde om ervoor te zorgen dat je verhaal bij een ander een bepaalde emotie oproept. Maar de lezer manipuleert het verhaal op zijn beurt net zo goed, door die woorden vervolgens van het papier te halen en in het privédomein van zijn hoofd te veranderen in gevoel. Wie is dan de eigenaar van dat gevoel dat een boek oproept, en wie bepaalt hoe het er precies uitziet? En worstelen mijn mede-debutanten hier eigenlijk wel net zo mee als ik? Ik ben ontzettend benieuwd!’ – Myrthe van der Meer

Dennis Rijnvis

De schrijver. Een goed boek kan me blij, droevig of zelfs lichtelijk autistisch maken. Deze zomer las ik Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer in de trein op weg naar mijn werk. Aangekomen op Amsterdam CS klapte ik het boek dicht. Op de roltrap naar de stationshal galmde in mijn hoofd de stem van de 9-jarige autistische hoofdpersoon Oskar Schell, die in de metropool New York op zoek was naar herinneringen aan zijn vader.

Omdat het druk op straat was, botste ik tegen googolplex mensen aan. Wie waren dat allemaal? Waar gingen ze heen? Wat zochten ze? Ik wilde hun hartslag horen en ik wilde dat zij de mijne hoorden.

Nu wil ik mijn tijdelijke contactgestoordheid niet overdrijven en beweren dat ik in een hoekje van het station de tegels begon te tellen. Maar ik voelde wel meer afstand tot de voorbij trekkende menigte dan anders, ik was in meer in mezelf gekeerd.

Ik dacht aan de uitvindingen waarmee Oskar in zijn fantasie toenadering zocht tot andere mensen: een systeem van luidsprekers waarmee iedereen de hartslag van passanten zou horen. Een reservoir waarin ‘s nachts de tranen van alle mensen in New York werden opgevangen, zodat een weerman ‘s ochtends kon rapporteren hoe droevig de stad was.

Natuurlijk ga ik mezelf niet vergelijken met Safran Foer. Ik kan alleen hopen dat mijn boek Savelsbos het gevoel van mensen straks op enige wijze zal beïnvloeden. Het schrijven had in ieder geval effect op mijn eigen stemming. Tijdens het werk aan de hoofdstukken waarin de wanhopige hoofdpersonen twee mannen ontvoeren en dagenlang vasthouden in een donkere mergelgroeve, werd ik zelf ook moedeloos. Ik zag het schrijfproject als een donkere tunnel waaraan nooit een einde kwam. Dat is – net als autisme – een emotie die je anderen normaal gesproken niet toewenst. Maar bij het lezen van een boek juist wel, want daarbij kun je heel even opgaan in gevoelens die je in het echte leven misschien nooit zult ervaren.

Wytske Versteeg

Als alleen de schrijver zou bepalen waar een boek over gaat, waren boekverfilmingen niet zo vaak teleurstellend. Dat zijn ze meestal wel, als je het boek gelezen hebt en dat komt niet alleen door de wetten van Hollywood. We lezen allemaal ons eigen boek; de personages worden door de schrijver ruw geschetst, maar het is de lezer die er een portret in olieverf van maakt. De beelden komen uit ons eigen hoofd; het verhaal is een vervolg op de verhalen uit ons leven.

Maar Nabokov zei het al – ‘lezers zijn geen schapen en niet elke pen verleidt hen’. De schrijver is degene die met zijn verhaal de lezer de ruimte moet geven om zich vrijuit van alles te voor te stellen, te verbeelden. In slechte boeken zit de schrijver in de weg, vertelt opdringerig hoe je het boek moet begrijpen of schrijft slordig, zodat je hem in elke zin ziet en dan blijft er één gevoel over: ergernis. Een goed boek daarentegen lijkt misschien meer op muziek dan je zou denken; het heeft een sfeer, een ritme en een melodie, het voedt de beelden in je hoofd maar maakt ze niet. Goede boeken zetten net genoeg richtingaanwijzers neer om je te helpen verdwalen.

Peter Zantingh

We beginnen met een lastige vraag, merk ik. Het gevaar om hier met pretentieus gewauwel op te antwoorden, is groot. En we zijn slechts debutanten. Maar goed, daar gaan we.

De schrijver is uiteraard degene die de lezer bij de hand neemt. Hij reikt hem de woorden, observaties en dialogen aan. Het kader, eigenlijk. Als ik nu, als schrijver van dit kleine stukje, het woord ‘boom’ opschrijf, bezorg ik een beeld bij de lezer, jij dus. Je denkt aan een boom.

Maar omdat iedere lezer daar iets anders bij ziet – een kale boom in een Hollandse straat die zijn bladeren verloor aan de herfst, een vol in bloei staande eikenboom, een palmboom op Hawaï – geeft elk zijn eigen betekenis aan het woord. Natuurlijk, ik kan die uitgebreidere beschrijvingen ook gebruiken om meer te vertellen over de boom, maar nooit zal ik helemaal kunnen infiltreren in het hoofd van de lezer en elk blaadje, elke tak en elke knoest op de juiste plek kunnen leggen.

Op het gevaar af als een politicus te klinken: dat moet je ook niet willen.

Ik zeg altijd graag dat ik wil dat de lezer na de laatste zin iets anders moet voelen dan vóór de eerste. In die zin zou mijn antwoord dus zijn: het is aan de schrijver om de lezer iets te laten voelen. Maar wat dat precies is, dat is, gelukkig, aan de lezer zelf.

Murat Isik

Het meest juiste antwoord op dit soort vragen is natuurlijk altijd: dat hangt ervan af. Van de lezer in kwestie, de kwaliteiten van de schrijver en ook het soort verhaal. Maar in het algemeen kan ik hier een paar dingen op zeggen.

Als ik een boek lees of een film kijk, wil ik geraakt worden, ik wil iets voelen. Fascinatie, spanning, angst, verontwaardiging, ontroering… wat het ook is, er moet iets met mij gebeuren door de woorden of beelden. Het mag mij niet onberoerd laten, anders ben ik weg. Tenzij ik me in een bioscoopzaal bevind, want dan ben ik blijkbaar ruimhartiger en bereid de rit uit te zitten, hoe ellendig die soms ook is. Al ben ik wel vaak in slaap gevallen.

Het verhaal is dus leidend, en de architect daarvan is natuurlijk de schrijver. Hij sluit een pact met de lezer en doet de belofte een bijzonder verhaal te zullen vertellen. Hij wil niets liever dan met zijn geesteskind die lezer raken. Sterker nog: hij regisseert dat naar zijn beste vermogens. En terecht. Goede schrijvers hebben een gereedschapskist vol scherpe en fluwelen instrumenten die ze op het juiste moment inzetten om een lezer in het verhaal te trekken en diens hart te beroeren.

Een nuance is echter op zijn plaats: je kunt niet, in de letterlijke zin van het woord, bepalen wat de lezer voelt, want de ene lezer is de andere niet. E.L. James kan wereldwijd blijkbaar miljoenen vrouwen bekoren, maar voor een liefhebber van J.M. Coetzee zal haar werk waarschijnlijk ondraaglijke tortuur zijn.

Kortom, een goede schrijver probeert de lezer te raken. Daarvoor gebruikt hij alle technieken die hij machtig is. Als hij dat op een virtuoze manier doet, zal de ziel van de lezer zich voor hem openen met een wervelwind van gevoelens als gevolg.

Deniz Kuypers

Tien jaar geleden had ik een verhitte discussie met een leraar Engels aan de UvA, die beweerde dat lezers over het algemeen de voorkeur geven aan de rijke taal van Charles Dickens boven de afstandelijke toon van Daniel Defoe in Robinson Crusoe. Hij zei dit alsof het een feit was. Ik was echter geen fan van Dickens – dat ben ik nog steeds niet – juist omdat Dickens’ uitbundigheid het de lezer niet toestaat om zelf te bepalen wat hij of zij voelen moet bij het lezen van bijvoorbeeld Great Expectations of Oliver Twist. Dickens legt zijn eigen emoties er zo dik bovenop, dat het verstikkend werkt.

Een schrijver moet afstandelijk zijn, maar niet kil. Een goede schrijver kan de lezer op een subtiele manier in een bepaalde richting proberen te leiden – door de onderwerpen die hij kiest, of de manier waarop hij het verhaal vertelt – maar hij kan niet voorspellen hoe de lezer daarop zal reageren. Dat is het mooie van schrijven: zodra je een verhaal in het wild uitzet, is het niet meer van jou, maar van de lezer.

Een schrijver moet echter wel bij zijn personages betrokken zijn. Hoe kun je immers als schrijver verwachten dat een lezer iets om je personages geeft als je dat zelf niet doet?

Een goed voorbeeld is Philip Roth, die in Sabbath’s Theater een verachtelijke hoofdfiguur ten tonele brengt. De ene lezer zal dit personage vervloeken, en de andere zal medelijden met hem hebben. Maar aan Roth ligt die keuze niet, want hij beschrijft de man met genoeg afstand, maar ook begrip, dat zijn gevoelens die van de lezer niet in de weg staan.

Myrthe van der Meer

Kun je als schrijver bepalen wat een ander op elk willekeurig moment tijdens het lezen van een boek voelt?

Wat ik me afvraag: doen schrijvers überhaupt iets anders? Het hoofd van de schrijver en dat van de lezer worden weliswaar door twee plankjes karton en wat velletjes papier fysiek van elkaar gescheiden, doordat geschreven tekst direct contact overbodig maakt, maar toch roept dat wat de één schrijft soms honderden jaren en duizenden kilometers later nog intense emoties op bij de ander.

De beklemmende eenzaamheid die Bernlef oproept als hij in Hersenschimmen de aftakeling van een demente man registreert – je registreert niet alleen ‘Dit is waarschijnlijk schrijnend bedoeld’, je voelt het ook echt. Maar dat is geen toeval: het is omdat die emotie in het verhaal is geschreven, omdat de hoofdpersoon aan het begin sympathie opriep. Dan komt die aftakeling keihard aan.

Een goede schrijver bepaalt exact op welk punt hij wil dat bij de lezer het angstzweet uitbreekt, waar hij twijfel voelt en hoe lang die zucht van opluchting gaat duren. Hij weet misschien niet hoeveel emotie de individuele lezer zal voelen – tranen met tuiten of een subtiel snikje van binnen – maar wel wat de lezer voelt: zonder dat is er namelijk geen verhaal. Als je in lachen uitbarst bij een emotioneel bedoelde sterfscène of de romantische seksscène als beklemmend ervaart, blijft er van de rest van het verhaal ook nog maar weinig over. Want schrijven is emotie, maar lezen nog veel meer.

Waar een goede schrijver de lezer de zekerheid van de juiste emotie op het juiste moment geeft, haalt de beste schrijver echter die zekerheid misschien juist zelfs wel weg, zodat de lezer ineens geconfronteerd wordt met zijn eigen binnenwereld, de grenzen van zijn referentiekader, waardoor hij ineens niet meer weet wat hij moet denken en hij gedwongen wordt de gevoelens onder ogen te komen die alleen hij kent en die hij met niemand anders wilde delen.

Dan weet zelfs de schrijver niet meer welke emoties er precies door de lezer gaan. Maar gevoeld wordt er zeker.

Deel dit bericht

4 reacties op “Wie bepaalt wat een lezer tijdens het lezen voelt: de lezer of de schrijver?

  1. Absoluut de schrijver. Vooral in fictie in combinatie met autobiografie. Zijn emoties, belevingen en beschrijvingen komen al dan niet bij de lezer aan of binnen. Hij neemt de lezer mee in zijn verhaal, maar de lezer bepaalt wel zelf of de boodschap van de schrijver door hem of haar gedeeld wordt. Als ik in mijn boek schrijf dat het onmogelijke niet mogelijk moet worden gemaakt, is de ontvanger van deze stelling diegene die bepaalt wat hij of zij ermee doet.Ik denk dat ik het dus met Dennis Rijnvis eens ben. De schrijver bepaalt de emotie, de lezer kiest vervolgens zijn/haar eigen weg. Er is sprake van een “klik” als beiden dezelfde emotie delen.

  2. Heel leuk deze bespiegelingen.
    Naar mijn idee overschat Myrthe de leidende de rol van de schrijver bij de emoties van de lezer. Het gedachte goed en de gevoelens en het moment waarop worden door de lezer zelf bepaalt. En dat is ook het prachtige in het leesproces. Voorwaarde is , en dat ben ik helemaal met Murat eens, ik wil wat voelen ,ik moet geraakt worden ,er moet wat met mij gebeuren. En de rest gaat vanzelf.

  3. Flaubert wordt wel heel vaak aangegrepen valt mij op; dat mag, niks mis mee, behalve dat er zoveel andere schrijvers zijn die ook weten hoe je een rechtse dan wel linkse uppercut uitdeelt: Mark Twain met zijn essay To The People Sitting in Darkness bijvoorbeeld, geopolitiek in een notendop, rondom 1900. Had gisteren geschreven kunne nzijn zo scherp, geestig, doordringend, beschamend: eerst een spiegel, dan knock-out. Zo te vinden, als pdf: Kinderboekenschrijver Twain is alles behalve alleen maar Huck Finn en Tom Sawyer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>