Wat zijn je verdere literaire ambities na je debuut?

‘Jullie zijn gedebuteerd of gaan heel binnenkort debuteren. Maar wat gaat er daarna gebeuren? Kunnen we meer romans van jullie verwachten of is jullie debuut de verwezenlijking van een doel op zich? Met andere woorden: wat zijn jullie verdere literaire ambities?’ – Murat Isik

Deniz Kuypers

Een oeuvre opbouwen – welke schrijver wil dat niet? Je hebt natuurlijk Harper Lee. Of Boris Pasternak en Sylvia Plath, die meer poëzie dan proza hebben geschreven. Of BN’ers die een eenmalige autobiografie in elkaar flansen. Maar over het algemeen vereisen de tijd en moeite die het kost om een roman te leren schrijven – jaren van ploeteren, reviseren, afgewezen worden en opnieuw beginnen – een geestdrift die je niet zomaar aan de kant zet na je debuut.

Niet dat je elk jaar met een nieuw boek aan moet komen zetten. Joseph Heller deed er dertien jaar over om zijn tweede roman te schrijven. Ik zou graag denken dat hij er al die tijd elke dag aan sleutelde, maar misschien dat hij twaalf jaar lang geen woord op papier zette en toen opeens een vlaag van inspiratie had.

Je moet ook niet het voorbeeld van James Patterson volgen, die het schrijven overlaat aan een team ghostwriters en vorig jaar maar liefst dertien boeken uitbracht, en veertien het jaar ervoor.

Maar hoe bouw je dan een oeuvre op? Doe je dat met opzet, of moet je maar hopen dat er na je eerste boek genoeg interesse is van je lezers, je uitgever en vooral jezelf om een tweede boek te schrijven – en een derde, en een vierde, enzovoort? En wat is een oeuvre eigenlijk? Flannery O’Connor heeft maar twee romans en twee verhalenbundels geschreven. Haar oeuvre beslaat in totaal maar zo’n 600 pagina’s.

Men zegt dat een goed boek nooit te dik kan zijn. Je zou eveneens kunnen zeggen dat een goede schrijver nooit teveel kan schrijven – al had ik prima kunnen leven zonder Deception van Philip Roth, Travels in the Scriptorium van Paul Auster, of The Fourth Hand van John Irving. Maar een goede schrijver is iemand in wiens gezelschap je graag terugkeert, en die je vertrouwt dat hij je zal belonen voor de tijd die je in zijn werk steekt.

Bij een oeuvre gaat het om herkenning – dat verklaart het succes van James Patterson – maar ook ambitie en ontwikkeling. Bij elkaar genomen moet een oeuvre een groter verhaal vertellen over de schrijver en diens kijk op de wereld, waar de lezer zich in kan vinden. Een schrijver is een vriend, vertrouwenspersoon en reisgids in één.

Misschien klinkt dit wel erg groot opgezet voor iemand wiens eerste boek pas dit jaar verschijnt, maar dit is de droom die ik voor ogen heb gehad vanaf het moment – ergens rond mijn veertiende of vijftiende – dat ik doorkreeg dat schrijven voor mij geen hobby was, maar een roeping.

Myrthe van der Meer

‘Ambities’ klinkt al angstaanjagend genoeg, maar als je er ook nog ‘literair’ voor zet, voel ik meteen de neiging om hard de andere kant op te rennen… Toen ik mijn debuut PAAZ schreef was ik ook helemaal niet bezig met de vraag of het resultaat literatuur zou worden (lees: als literatuur beschouwd zou worden) of niet; ik wilde gewoon dat boek schrijven!

Schrijven is echter bepaald geen geestdodend werk, want tijdens het werken aan PAAZ kreeg ik ook steeds meer ideeën voor nieuwe boeken en niets is verleidelijker tijdens redactieronde duizendvierentachtig om lekker alle correctiezooi van tafel te schuiven en je alvast stiekem te storten op een volgend boek. En dan maakt het me ook niet uit of het literair verantwoord is of niet, als ik maar afleiding heb, of dat nou in de vorm is van een nieuwe roman of een bundel idiote gedichtjes of illustraties voor een boek met depressieve kerstballen.

Misschien heeft het ook minder te maken met iets hoogstaands als ambities, als wel stomweg met verveling: als er iets is waar mijn hersens niet tegen kunnen, dan is het wel iets moeten doen wat ik in gedachten allang voltooid heb. Zoals een boek dat je in je hoofd al kunt dromen en waarvan je de dialogen al helemaal van buiten kent en je eigenlijk al klaar bent – je hoeft het alleen nog maar even op te schrijven…

Dus zodra ik nu achter de laptop ga zitten om verder te schrijven aan mijn volgende boek, halen mijn hersens alles uit de kast om mij maar daarvan af te leiden. Zoals een nieuw boek, bij voorkeur over een compleet ander onderwerp, met een volledig nieuw perspectief in een totaal ander genre. Of een filmscript, of een idee voor een aflevering voor de tv-serie van PAAZ of een stripboek in plaats van een roman.

Al die variatie is natuurlijk allemaal erg leuk en aardig, maar van een mooi, solide literair oeuvre zal in mijn geval dan ook niet echt sprake zijn ben ik bang, eerder van een wankele stapel boeken in alle vormen, genres en maten. Met misschien af en toe ook een literair boek ertussendoor. Als ik me even niet verveel.

Dennis Rijnvis

Het zou – ter afwisseling met de antwoorden van de anderen (ja, ik was te laat met inleveren) – aardig zijn om hier te schrijven dat ik geen literaire ambities meer heb. Dat ik één verhaal te vertellen heb, en me nu op een volgend doel ga richten: het bouwen van een perpetuum mobile bijvoorbeeld.

Misschien moet ik dat overwegen als Savelsbos een succes wordt, vergelijkbaar met To kill a Mockingbird van Harper Lee (Ik weet het, die kans is vrij klein tot nul). Zij liet na haar geweldig debuut nooit meer iets van zich horen.

Hoe streberig het misschien ook klinkt, bij mij werkt het denk ik omgekeerd. Ja, ik wil graag meer boeken (fictie, non-fictie en misschien zelfs sciencefiction) schrijven. Ik droom er van om me ooit aan een filmscript wagen, of een toneelstuk te componeren. Maar als niemand Savelsbos zal lezen, als niemand er over zal praten, zou dat dan de moeite waard zijn? Zou ik me dan niet moeten afvragen of ik wel iets toevoeg aan het grillige en overvolle landschap van schrijvers en boeken waaruit lezers kunnen kiezen?

Als ik denk aan mijn toekomst als schrijver worden grote dromen in bedwang gehouden door diepgewortelde onzekerheden. Van nature ben ik iemand die van het slechtste scenario uitgaat, dan valt het altijd mee. Ik heb nog een contract voor één boek. Sterker nog: ik heb al een voorschot gekregen voor dat nog ongeschreven werk.

Ik nog slechts een vaag idee van het verhaal dat ik wil schrijven. De werktitel is Het kaf. Voor wie het woord niet kent: het zijn de oneetbare vliesjes die om graankorrels zitten. Veel meer kan ik er nog niet over zeggen. Maar ik ga het afmaken, dat is zeker. De nieuwe Harper Lee word ik in ieder geval niet.

Wytske Versteeg

Literaire ambities, wat zijn dat eigenlijk? Op het moment dat ik dit blog schrijf heb ik net een omslag gekozen voor mijn tweede roman, die (primeur!) deze herfst zal verschijnen -en ja, dat wordt nog wel even hard werken. Zie daar dus mijn allereerste ambitie, en we noemen hem: Boy.

Maar het woord ambitie komt van het Latijnse werkwoord ambire. En dat woord, vertelt het woordenboek mij, betekende dan weer rond gaan om stemmen te winnen. Daar zijn de afgelopen tijd een heleboel artikelen over verschenen, over hoe het gaat met de literatuur, of beter gezegd, hoe lang het nog zo door zal gaan met de literatuur en of je eigenlijk nog wel schrijver kunt zijn zonder op de sociale media rondjes te rennen om stemmen te winnen en wat dat dan weer betekent.

Nu heb ik in het verleden les in literatuur gegeven aan de Rotterdamse Volksuniversiteit en in die wekelijkse lessen heb ik zelf heel veel over literatuur geleerd. Met name over wat literatuur met mensen kan doen, soms tot hun eigen verbazing. Ongetwijfeld hebben mijn veelal wat oudere cursisten me soms vervloekt om de dikke pillen die we lazen, de teksten die ze soms ‘niet om door te komen‘ vonden. Maar toch gebeurde er iets heel bijzonders in die lessen, zoals die keer dat Rilkes Elegieën van Duino (die zouden nu waarschijnlijk geen uitgever meer vinden) exact de woorden bleken te vinden voor de rouw die een tachtigjarige cursiste voelde om haar overleden man. Jeanette Winterson formuleerde dat, geloof ik, zo: het gedicht vindt het woord dat het gevoel vangt (lees het geweldige Why be happy if you can be normal voor het exacte citaat). Dus als het over literaire ambities gaat, hoop ik de woorden te vinden die het gevoel vangen. En in een tijd waarin boekhandels en bibliotheken het steeds moeilijker krijgen hoop ik vooral dat er ergens ruimte blijft bestaan om zomaar, toevallig, op woorden te stuiten die precies datgene beschrijven wat eerder geen enkele zin leek te hebben.

Peter Zantingh

Omdat ik hoop dat dit blog nuttig is voor anderen die willen (of gaan) debuteren, zal ik kort vertellen wat er gebeurde nadat mijn Een uur en achttien minuten in oktober 2011 uitkwam. Hopelijk geeft dat een beeld van wat anderen kunnen verwachten (en met een beetje mazzel beantwoord ik ook de vraag ermee).

De eerste paar maanden nadat het boek verschenen was, had ik regelmatig interviews of optredens. Literaire avonden in een klein Amsterdams kroegje, zoals bij Literanita of Sunday in the Village, grotere zalen bij Crossing Border. Er waren interviews met het Noord-Hollands Dagblad en Radio 1, maar ook met een lokale nieuwsbrief in West-Friesland. De ene week zat ik in de bibliotheek van Den Haag met Abdelkader Benali, de andere week bleken ze bij een conferentie in Hoorn te zijn vergeten dat ik op het programma stond. Waar ik maar mee wil zeggen: je bent er een paar maanden druk mee, en het meeste is erg leuk. Voor het schrijven blijft even minder tijd over.

Begin 2012 begon ik aan mijn tweede roman. Het debuut was een doel op zich, zeker, maar het is net zo goed mijn ambitie om, nu dat bereikt is, verder te gaan. Ik wil laten zien dat ik van die eerste geleerd heb en dat ik een volwassener schrijver geworden ben. Ik neem er de tijd voor; haast is niet goed. Momenteel heb ik ongeveer een half boek, schat ik in, en er rekening mee houdend dat ik een deel daarvan weer ga weggooien en een deel ga herschrijven, zal ik op ongeveer een derde van het proces zijn. Er zijn delen waar ik erg tevreden over ben, maar over andere delen twijfel ik volop.

Het is even mooi als spannend dat ik merk dat het er bij een tweede boek niet gemakkelijker op wordt. Je weet iets beter waar je mee bezig bent, maar je voelt ook de ogen die over je schouder meekijken omdat ze zitten te wachten op dat vervolg.

Ondertussen loop ik al met nieuwe ideeën. Voor een derde boek, en misschien voor een serie muziekverhalen. Ik hoorde laatst ergens dat je ergens écht goed in bent als je er 10.000 uur in gestoken hebt. Van de week zat ik wat te rekenen en ik kwam tot de conclusie dat ik daar nog lang niet aan zit. Gelukkig maar.

Murat Isik

Lang geleden heb ik mezelf twee literaire doelen gesteld: het op een gegeven moment kunnen leven van het schrijven en het opbouwen van een oeuvre. Hoe sta ik er nu voor? Tijd voor een tussenbalans.

Ik heb vaak gelezen dat er in Nederland maar zo’n dertig schrijvers kunnen rondkomen van hun boeken. Dat is natuurlijk een pover aantal als je kijkt naar het aantal schrijvers in ons land en de (nog steeds) grote hoeveelheid boeken die wekelijks verschijnt. Veel schrijvers doen er dus noodgedwongen iets naast. Ze bieden in veel gevallen hun schrijfkunsten als freelancer aan of hebben vaak een baan op kantoor in een heel ander werkveld. In het eerste geval gaat het vooral om journalistiek werk of columns en korte verhalen voor kranten en bladen.

Zelf werk ik als jurist bij de gemeente Amsterdam. In het begin (2005) werkte ik vijf dagen in de week en merkte ik al snel dat er van het schrijven weinig terechtkwam. Dat vrat aan me. Om die reden besloot ik binnen de gemeente van baan te wisselen om vier dagen in de week te kunnen werken. Ik merkte meteen dat het mijn productiviteit als schrijver ten goede kwam. Ik schreef in korte tijd heel veel korte verhalen die ik publiceerde op het inmiddels opgeheven Volkskrantblog. Ook had ik meer tijd en rust om te lezen.

Toen mijn debuutroman Verloren grond vorig jaar uitkwam, kreeg ik het in de weekenden (gelukkig) druk met optredens en signeersessies in het land, met als hoogtepunten Lowlands en Crossing Border. Van schrijven kwam na het verschijnen van mijn debuut daarom weinig terecht. En ook dit jaar staat er weer een aantal bijzondere activiteiten rond het schrijven op mijn agenda waar ik enorm naar uitzie.

Maar het voorgaande zette me ook aan het denken: als ik niet weer vier jaar aan een roman wilde werken, moest ik nog minder gaan werken als jurist. Het werd in 2013 dus tijd voor de volgende stap in mijn schrijverschap: nog een dag minder werken als jurist. Die stap heb ik deze maand gezet. Dat betekent voortaan vier volledige dagen op rij schrijven, meer dan ik ooit heb kunnen doen.

Het effect van de extra schrijfdag is dat ik productiever ben dan ooit, mede doordat ik mijn dagelijkse ‘target’ van minimaal te schrijven woorden heb opgeschroefd naar 1.500. In drie weken tijd heb ik mezelf verbaasd en een behoorlijk aantal woorden op papier gekregen voor mijn volgende roman die zich in de Bijlmer (Amsterdam Zuid-Oost) zal afspelen, de plek waar ik ben opgegroeid. Het wordt een heel ander verhaal dan Verloren grond, niet alleen vanwege het decor maar ook het thema, waar ik op dit moment helaas nog niet over kan uitwijden.

Dit jaar ben ik dus een stap dichterbij mijn eerste doel (fulltime schrijven) gekomen en heb ik meer tijd gekregen om aan mijn tweede doel te werken. Mijn literaire doelen zijn ‘work in progress’.

Deel dit bericht

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>