Wat vinden jullie van recensies? Lezen jullie ze en waar moeten ze aan voldoen?

Deniz Kuypers

Dagen zonder Dulci is net twee weken uit, en er zijn (nog?) geen recensies van verschenen. Ik heb wel veel positieve reacties van lezers gekregen op Goodreads, Facebook en Twitter. Ga ik de recensies in de dagbladen lezen als die er komen? Jazeker! Ik vind het altijd vreemd als schrijvers zeggen dat ze geen recensies van hun eigen werk lezen. Ik begrijp wel dat je je als schrijver niet moeten laten beïnvloeden door de mening van critici, maar tegelijkertijd kun je ook niet in het luchtledige schrijven. Literatuur is entertainment, en entertainment moet een dialoog creëren, waarbij het boek de lezer vermaakt en de lezer op zijn of haar beurt actief nadenkt over de plot, de personages en de eventuele diepere laag. Schrijvers die het niet interesseert wat de rest van de wereld van hun werk vindt, zijn in mijn ogen een tikkeltje hypocriet. Want waarom geven zij überhaupt iets uit? Kunnen ze hun boeken niet net zo goed ongelezen in een la laten liggen?

Ik lees veel recensies. Van boeken, films en muziek. (Ik ben zelf een paar jaar muziekjournalist geweest.) Ik heb een paar vaste kranten die ik wekelijks online lees, met name The New York Times, The Guardian en de Volkskrant. Maar het gebeurt niet vaak dat ik, op basis van een positieve recensie, naar de winkel hol om het desbetreffende boek te kopen. Dat komt omdat veel recensies weinig meer zijn dan een samenvatting. Vaak lees ik daarom alleen de eerste en laatste alinea van een recensie. Daar staat doorgaans iets over de schrijver of het uiteindelijke oordeel van de criticus.

Echte literatuurkritiek is zeldzaam. Of ben ik, als vroegere literatuurstudent, te veeleisend? Gelukkig zijn er een paar bladen die wel echte kritiek plaatsen, zoals de LA Review of Books en de New York Review of Books. Dat laatste blad publiceerde vorig jaar een inmiddels beruchte recensie van Joseph Anton, de autobiografie van Salman Rushdie. Het mooie aan dat artikel was da de criticus de thema’s en schrijfstijl van het boek ontleedde, het werk in de context van Rushdie’s hele oeuvre plaatste, en zo ze tot een waarde-oordeel kwam dat gebaseerd was op meer dan alleen een samenvatting van de plot.

Hoe kom ik dan boekentips? Ten eerste zijn er veel schrijvers wiens nieuwste boeken ik koop zonder de recensies af te wachten. Daarnaast is social media onschatbaar, vooral Goodreads, de online boeken community die ik eerder al noemde. Ook krijg ik graag aanraders van vrienden (zoals laatst nog The Lighthouse van Alison Moore). Maar de fijnste manier om nieuwe boeken te ontdekken is en blijft het rondneuzen in boekhandels. Zo kocht ik afgelopen week nog drie boeken die ik niet eerder op het oog had gehad, maar die me zomaar aanspraken. Nu moet ik alleen nog de tijd vinden om ze daadwerkelijk te lezen.

Dennis Rijnvis

Tot nu toe heb ik geen heel slechte recensies gelezen over Savelsbos. Maar dat is tegelijkertijd ook mijn ergernis als ik boekbesprekingen in kranten, maar vooral op internet lees. Ze zijn bijna allemaal (gematigd) positief en ze lijken enorm op elkaar. Tot nu toe heb ik dan ook niet heel veel gevoeld bij recensies. Vaak hangen ze aan elkaar van algemeenheden, zoals ‘goed geschreven’, ‘spannend plot’, of ‘komt wat traag op gang’. Natuurlijk vind ik het geweldig om de eerste twee oordelen te lezen over mijn boek en ben ik blij als iemand de moeite neemt om het te recenseren.

Maar ik zou graag eens een wat preciezere beoordeling willen. Niet alleen qua inhoud, maar ook qua vorm. Waarom gebruiken bijvoorbeeld alle kranten het sterrensysteem om boeken te recenseren? En waarom zie je zelden of nooit een boek dat maar één ster krijgt? Dat betekent dat de gemiddelde bandbreedte maar vier schalen is, vergelijkbaar met een leraar die je vroeger op school beoordeelde met slecht, voldoende, goed of heel goed. Ik wil dan weten hoe goed, of hoe slecht precies.

Misschien draaf ik door en misschien is mijn blik vertekend, omdat Savelsbos geen paginagrote recensies heeft gehad in het NRC of De Volkskrant. Er zijn natuurlijk maar een beperkt aantal boeken die heel nauwkeurig door journalisten worden beoordeeld, ergens wel logisch. Maar ik pleit toch voor een ander beoordelingssysteem: ouderwetse cijfers. Ik wil weten of mijn boek een 6, een 7 of een 7.5 krijgt.

Myrthe van der Meer

Ik denk dat iedere auteur diep van binnen eigenlijk wel de zwakke plekken van zijn eigen werk kent. Dan is het onvermijdelijk dat een ander die ook ziet. Zo is PAAZ als je het als een echte roman in plaats van een waargebeurd verhaal zou zien, veel te lang, ontbreekt het aan een duidelijke spanningsboog, komen er teveel personages in voor en zitten er een hoop hoofdstukken in die niet per se iets te maken hebben met de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Als een recensent daar op wijst, dan ben ik het daar ook gewoon mee eens.

Dat betekent echter niet dat ik niet ook nog wel eens verrast wordt van wat ik over mijn boek lees. Zo vond een recenserende arts in Medisch Contact PAAZ op sommige punten ongeloofwaardig, wat ik dan wel weer bijzonder vond omdat het juist waargebeurd is.

Volgens mij is een recensie echter het pijnlijkst als ze het boek beticht van iets wat je als schrijver juist zoveel mogelijk probeerde te voorkomen. Een van de dingen die ik met PAAZ wilde bereiken was te laten zien dat patiënten in psychiatrische inrichtingen geen ‘gekken’ zijn die ook nooit iets anders zijn geweest en nooit iets anders zullen worden. In werkelijkheid zijn psychiatrisch patiënten namelijk net zo normaal als ieder ander, maar terwijl die ander op zijn dertigste diabeet wordt, krijgen zij op hun veertigste een depressie of een psychotische stoornis. Zo beleefde ik dat zelf tijdens mijn opname, zo beleefden mijn medepatiënten het, en de meest voorkomende reactie van hulpverleners, patiënten en ‘gewone’ lezers op PAAZ is ook dat ze hiermee eindelijk een boek hebben waarmee ze aan anderen konden laten zien dat psychische problemen in feite heel normaal zijn en ieder ‘normaal mens’ kunnen overkomen.

En dan lees je in een recensie dat PAAZ psychiatrisch patiënten helaas reduceert tot een stel ‘gekkies’.

Blijkbaar leest iedereen er toch het zijne in, en zijn recensenten uiteindelijk toch ook maar gewoon mensen. Toch hoeft een negatief oordeel geen probleem te zijn, als maar wordt uitgelegd hoe de recensent tot die conclusie is gekomen. Dan kun je als lezer namelijk zelf bepalen of je daarin meegaat of niet. Een goed geschreven recensie vind ik dan geweldig leuk om te lezen. Zo’n recensie geeft namelijk niet alleen een oordeel over het boek, maar legt ook verbanden met andere boeken, verbanden die je als schrijver zelf misschien niet eens zag.

Daarom heb ik ook niet zoveel problemen met sterren boven recensies: het dwingt de recensent om zijn oordeel te verklaren aan de hand van de plus- en minpunten van het boek in plaats van gewoon maar wat in het wilde weg te schrijven. Maar ook dat is weer een kwestie van smaak, want terwijl ik die sterren altijd wel grappig vind, blijf ik de kriebels krijgen van recensies met een cijfer van 1 tot 10 – met decimalen achter de komma! Want wat is dan in praktijk nog het verschil tussen een 6,5 en een 7- voor een roman van 300 pagina’s? En bovendien: een oordeel van een onbekende recensent vind ik prima, maar om meteen dat back-to-school-gevoel weer tot leven te wekken met proefwerken, cijferlijsten en docenten die hijgend meekijken over je schouder…

Nee, dan nog liever een boek over die gekkies in het gesticht.

Wytske Versteeg

Voor het verschijnen van De Wezenlozen nam ik me voor geen enkele recensie te lezen; ik wilde niet in het vervolg tijdens het schrijven steeds de stem van een recensent in mijn oor hebben.

Maar zoals de meeste voornemens bleek ook dit plan in de praktijk lastig vol te houden. De Wezenlozen kreeg een grote, mooie recensie in NRC Handelsblad en tsja, dan wordt het toch verleidelijk om te spieken. De rest van mijn recensies las ik diagonaal, min of meer terreinverkennend. Ze gaven me bepaald geen reden tot klagen; ik was blij met de complimenten, en kon me ook vinden in de kritiekpunten.

Dat neemt niet weg dat je recensies anders leest wanneer je zelf schrijft. Iemand heeft, als het goed is, zijn ziel op papier gezet en daarna dagen, weken, maanden aan zijn tekst geschaafd. Dat alles kan een criticus in een paar zinnetjes afbreken, en die zinnetjes zijn soms behoorlijk vilein. Kunnen omgaan met kritiek is voor een schrijver een noodzakelijke eigenschap, maar dat maakt het nog niet prettig om publiekelijk te worden beoordeeld. Een goede recensie is geschreven uit liefde voor boeken; een goede recensent speelt niet op de man. Zelfs wie scherpe kritiek geeft – en uiteindelijk is ook dat de taak van recensenten – kan dat doen zonder de ander te vertrappen. Maar natuurlijk spitst de lezer dikwijls juist voor die afrekening de oren; zelf lees ik positieve recensies ook alleen maar hardop voor als ze over mezelf gaan.

Het schijnt dat, volgens literatuurcritici, een recensie niet teveel citaten moet bevatten: dat zou ofwel een teken zijn van luiheid van de recensent, ofwel beduiden dat er over het boek niet veel te zeggen valt. Zelf vind ik het altijd wel fijn als een recensent zijn oordeel met citaten ondersteunt. Zo kan ik tenminste zien of ik het eigenlijk wel eens ben met dat oordeel, of dat smaak hier toch een rol speelt. Uiteindelijk blijft het een kwestie van hopen dat Chateaubriand gelijk had, toen hij zei dat kritiek nog nooit gedood heeft wat moest leven – maar als mijn tweede roman verschijnt zal ik opnieuw de recensies vermijden.

Peter Zantingh

Toen ik een tijdje over deze vraag nadacht, merkte ik dat ‘de recensie’ verschillende gedachten bij me oproept, zowel als schrijver als lezer, die niet per se tot één betoog zijn samen te smelten. Dus hieronder vijf deelantwoorden.

1. Ja, ik lees regelmatig recensies. Soms omdat ik toevallig op die pagina van de krant terechtgekomen ben, soms omdat ik er speciaal naar op zoek ga. Dan ben ik benieuwd wat er over een boek geschreven is, omdat dat me helpt bij de keuze of ik het boek ook wil lezen. Het komt ook voor dat ik juist recensies wil lezen nadat ik het boek gelezen heb. Ik weet nog dat ik mijn fiets eens langs de kant van de weg zette omdat ik zo benieuwd was naar wat anderen vonden van De Bewaker van Peter Terrin, een boek dat ik toen net voordat ik thuis was weggegaan had dichtgeslagen.

2. Als schrijver bevind je je aan de andere kant, die van de gerecenseerde. Toen mijn debuut uitkwam, was het elke keer een moment van zeldzame kwetsbaarheid, dat moment vlak voordat je een recensie over je eigen boek aanklikt of openslaat. Wat volgt is namelijk een oordeel over iets wat jij met ziel en zaligheid gemaakt hebt en waar je niets meer aan kunt veranderen. Het is af, het is de buitenwereld ingestuurd. Nu is het eigendom van anderen, die er een mening over hebben. Een recensent kan het afbranden (wat ook gebeurde) of de hemel in prijzen (wat óók gebeurde). Over het algemeen is m’n debuut ‘goed besproken’, zoals dat heet. Maar die paar stukjes waarin het boek hard aangepakt werd – daar zat ik dan de rest van de dag wel mee.

3. Naarmate je vaker besproken wordt, goed of slecht, ga je het relativeren. Ik denk dat elke recensent een boek positief of negatief kan bespreken, zoals een goede debater zich overtuigend voor of tegen een stelling kan opstellen. Dat betekent uiteraard niet dat ze maar wat doen: recensenten zijn van waarde omdat ze geoefende lezers zijn, met liefde voor boeken, die herkennen en kunnen uitleggen waarom een boek in hun ogen wel of niet gelezen moet worden. (Dat is dus waar een recensie aan moet voldoen.)

4. De rol van de recensie verandert. Als ik tegenwoordig meer wil weten over een boek, ga ik als eerst naar Goodreads. Op die website vind ik honderden, soms duizenden meningen over een boek, met die van mijn vrienden (mits ze het gelezen hebben) bovenaan. Ik ben nagegaan hoe ik ben gestuit op de laatste vier boeken die ik Heel Erg Goed vond: The Fault In Our Stars (John Green) kreeg vijf sterren van een kennis op Goodreads, Tonio (A. F. Th. van der Heijden) won een belangrijke literatuurprijs en The Art Of Fielding (Chad Harbach) en HhhH (Laurent Binet) nam ik uit nieuwsgierigheid in handen tijdens het neuzen in de boekwinkel. Ik kan dus niet zeggen dat ik mijn leesgedrag laat bepalen door wat de boekenkaternen schrijven.

5. Als je een boek schrijft, doe je dat niet voor die ene vrouw van De Volkskrant of die ene man van NRC Handelsblad.

Murat Isik

Toen Verloren grond net uit was, las ik de boekenbijlagen van de kranten met grote spanning. Iedere week kon mijn debuut besproken worden. De eerste recensies waren heel lovend. Daarna volgde er een mindere recensie waar ik een paar dagen flink van baalde. Het was fijn om vlak daarna op vakantie te gaan. Op de derde dag van mijn vakantie, in Tokyo, kreeg ik per mail te horen dat de Volkskrant Verloren grond zou bespreken. De recensie zou waarschijnlijk meteen na mijn terugkeer geplaatst worden. Die hele vakantie zat ik in spanning.

Met een jetlag nog in de benen holde ik bij thuiskomst naar de kiosk en kocht een Volkskrant. Thuis bladerde ik snel naar de boekenbijlage. Ik zag allereerst de sterren: vier in totaal! En één zin uit de recensie bleef me meteen bij: ‘Een bedwelmend mooi familieverhaal.’

Ik glom van trots.

Tot mijn opluchting werd in de Volkskrant weinig van het verhaal van Verloren grond weggegeven (de recensie maakte juist nieuwsgierig naar het boek). Dat is iets wat me in het algemeen, los van de besprekingen van mijn debuut, al heel lang intrigeert: waarom wordt er in recensies zoveel van het verhaal weggegeven?

Ik lees regelmatig recensies die complete samenvattingen van het verhaal zijn. Grote emotionele gebeurtenissen in het boek worden zonder schroom onthuld en niet zelden wordt zelfs de laatste zin verklapt. Er worden simpelweg te veel details en verhaalwendingen weggeven, aangevuld met inzichten die de protagonist opdoet tijdens het verhaal. In sommige recensies regent het spoilers. Vaak denk ik dan: waarom zou ik het boek nog lezen?

Ik wil juist door een verhaal verrast worden. Ik wil niet weten dat de hoofdpersoon op de helft van het verhaal zijn gezin verlaat of zijn baas vermoordt. Als ik een boek lees of een film kijk wil ik eigenlijk zo min mogelijk van het verhaal afweten. Ik wil dus verrast worden, me verwonderen, me afvragen waar het heen gaat, hoe het verder moet, hoe de hoofdpersoon dit ooit te boven komt.

Pas als ik een boek uit heb, lees ik er recensies over. Dan wil ik graag horen wat recensenten ervan vonden. Ik heb dat ook met films.

Naar mijn mening verklapt een goede recensie weinig van de inhoud van het boek. Er moet nog heel wat te raden overblijven. Een (opbouwende) recensie moet nieuwsgierig maken naar het boek. En bij voorkeur worden er ook een paar zinnen uit het boek geciteerd om een beeld te krijgen van de stijl van de schrijver en de sfeer van het boek.

Gelukkig zijn er ook veel recensenten die zich niet schuldig maken aan spoilers en heel terughoudend zijn met het prijsgeven van belangrijke informatie. Vaak benoemen ze het ook: ‘Het zou geen pas geven om hier prijs te geven wat voor schokkends daarna gebeurt’ of ‘ik wil het leesplezier niet bederven en zal niet vertellen welk groot drama zich daarna voltrekt.’ Kijk, dan is mijn nieuwsgierigheid gewekt! Dan wil ik weten wat gaat er gaat gebeuren. Hier met dat boek!

Deel dit bericht

2 reacties op “Wat vinden jullie van recensies? Lezen jullie ze en waar moeten ze aan voldoen?

  1. Naar mijn mening wordt geen enkel boek door verschillende mensen op dezelfde manier beoordeeld. Ieder mens is anders, dus zal ook de recensie afwijken. Maar in grote lijnen zullen de échte lezers toch eenzelfde soort recensie schrijven, lijkt me.

  2. Ik zie recensies, maar ik lees ze niet. Ze maken me nooit iets wijzer. 90 procent is toch samenvatting. Dan kan ik net zo goed de achterflap lezen. Ik laat mijn keuze er ook al niet door bepalen. Een genre ligt je of ligt je niet, een verhaal spreekt je aan of niet. Ik wandel niet een boekhandel in om vervolgens mijn oog op een boek te laten vallen en me af te vragen wat die en die recensent er ook alweer over heeft geschreven. Bovendien is elke mening toch gekleurd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>