Wat verdient een schrijver eigenlijk in deze tijd?

‘Wat verdient een schrijver eigenlijk in deze tijd? Kortom: wat hebben jullie overgehouden aan de publicatie van jullie boek en de nevenactiviteiten, zoals lezingen of andere optredens? Is het in jullie visie nog mogelijk om van schrijven te leven, of moeten we vooral voor de eer en glorie achter onze tekstverwerker kruipen?’ – Dennis Rijnvis

Wytske Versteeg

Op de één of andere manier wil de laatste tijd iedereen weten hoeveel ik met schrijven verdien (en dan heb ik mijn belastingaanslag nog niet eens ingevuld). Nu, om eerlijk te zijn weet ik dat zelf nog niet precies. Eén reden daarvoor is dat ik die belastingaanslag nog moet invullen; een andere dat de bedragen behoorlijk fluctueren en weer een andere dat dit soort getallen heel anders klinken als je ze zo hoort dan dan wanneer je ze op uurbasis gaat berekenen. Dus om toch min of meer antwoord te geven op de vraag; als het je doel is om op uurbasis goed te verdienen, zijn er betere beroepen te bedenken dan schrijver. Tegelijkertijd kunnen de bedragen bij elkaar toch aardig oplopen, waarbij nevenactiviteiten voortvloeiend uit het boek relatief gezien meer opleveren dan het boek zelf. Dus ja, ik denk dat het zeker mogelijk is om van schrijven (in ruime zin) te leven.

Desondanks heb ik op dit moment naast het schrijven een fulltime baan. Dat is niet in alle opzichten ideaal, maar het heeft voordelen: mijn deadlines worden nooit door financiële druk bepaald. Bovendien schrijf ik het beste ‘s avonds en vind ik het leuk om op andere plekken te komen en om na te denken over andere onderwerpen, die ik niet zelf verzin – alleen maar schrijven kan namelijk een behoorlijk eenzaam beroep zijn.

Gratis tip: wil je schrijven financieel de moeite waard maken, dan is het een erg goed idee om eerst een agent te zoeken, in plaats van meteen naar een uitgever te stappen. Het is hun vak om jou te verkopen en dat is handig voor iemand als ik, die daar zelf niet al te best in is (en zoals iemand opmerkte: het is ook gewoon leuk om te kunnen zeggen dat je een agent hebt).

Zo. Heb ik mezelf voldoende onder de vraag uit gepraat?

Peter Zantingh

Ik begin met de laatste vraag. Het is niet mijn visie om van mijn boeken te leven, dat kunnen (las ik eens ergens) ongeveer twintig mensen in Nederland. Maar wacht even, dat is de vraag van Dennis eigenlijk niet, hij vraagt of ik van het schrijven wil leven. Dat wel, grotendeels.

Drie dagen in de week ben ik webjournalist voor NRC. Dat is mijn belangrijkste inkomensbron. In de brede zin van het woord is dat ook schrijven. Daarmee leef ik dus inderdaad van het zo goed mogelijk het ene woord achter het andere plaatsen. Mijn boeken schrijf ik op de dagen die ik overhoud. Wat ik ermee verdien, zie ik als extra.

Dan ben ik daarmee aangekomen bij het nog openstaande eerste deel van de vraag. Deze week dacht ik erover na of ik daar antwoord op wilde geven, en ik besloot dat maar niet te doen. Liever deel ik dat niet op internet met iedereen. Maar er waren twaalf uitgeverijen die mijn debuut graag wilden uitgeven, en het agentschap van Paul Sebes zet dan een soort veiling op. Nee, geld is niet alles, maar het speelt wel een rol. En met de uitkomst van die veiling was ik erg tevreden.

Dan de nevenactiviteiten. Interviews, optredens, lezingen, etcetera. Het meeste doe ik vrijwillig. Voor een bos bloemen, een paar biertjes, een boekenbon of een fles wijn. Ja, ik heb wel eens 350 euro gekregen voor een interview van een half uur, maar ik ben ook wel eens voor een vrijwillig optreden de hele dag onderweg geweest, terwijl ze daar bleken te zijn vergeten dat ik onderdeel van het programma was.

Kortom: kruip vooral voor de eer en glorie achter je tekstverwerker (trouwens, schrijvers, zet Word opzij en koop Scrivener!), dat is veel leuker en volgens mij levert het betere boeken op.

Murat Isik

Ik lees al jaren in de media dat er in Nederland maar zo’n dertig schrijvers van hun boeken kunnen leven. Aan de ene kant stemt dat misschien somber afgezet tegen het grote aantal schrijvers dat ons land telt. Maar aan de andere kant betekent het ook dat het in Nederland mogelijk is om je brood met je boeken te verdienen, als je de kwaliteit of het geluk (of beide) hebt om door te stoten naar die selecte groep.

Het zal niemand verrassen dat debutanten over het algemeen niet kunnen leven van hun royalty’s alleen. Hoewel het gelukkig heel goed gaat met mijn debuut Verloren grond en ik inmiddels op de achtste druk zit, ben ik geen uitzondering op die regel. Zoals ik in een vorige bijdrage al schreef, werk ik naast het schrijven als jurist. Ik beschik dus over een vast inkomen en dat geeft mij rust in deze barre tijden.

De eerste inkomsten voor mijn roman Verloren grond dateren uit 2009. Toen tekende ik mijn contract bij Anthos en kreeg ik een voorschot uitgekeerd. De hoogte van dat voorschot werd opgedreven door de veiling die door mijn agent was opgezet voor de geïnteresseerde uitgeverijen. In meerdere rondes werd er op de rechten van mijn roman in wording geboden. Nu vragen jullie je natuurlijk af hoe hoog dat voorschot was, maar dat ga ik hier, of ergens anders, niet verklappen omdat ik dat niet chique vind richting alle betrokkenen. Wat ik er wel over kan zeggen is dat het een mooi bedrag was, maar geen jaarinkomen. Een bedrag waar ik als jurist een tijdje voor zou moeten werken.

Na het verschijnen van Verloren grond in april 2012 heb ik regelmatig opgetreden op festivals en heb ik lezingen gegeven en voordrachten gehouden in het land. In de meeste gevallen stond daar een vergoeding tegenover. Bij een festival moet je al snel denken aan een vergoeding van een paar honderd euro, plus reiskosten met in het beste geval een hotelovernachting, zoals bij Crossing Border in Enschede. Erg fijn als je pas om twaalf uur het festivalterrein verlaat. Verder heb ik een paar mooie schrijfopdrachten in de wacht gesleept, zoals een kort verhaal van vier pagina’s in HP/De Tijd en in Art Holland Magazine.

Daarnaast heb ik vorig jaar twee contracten voor twee nieuwe romans bij Anthos getekend. Voor de contracten heeft mijn agent opnieuw onderhandeld over een voorschot. We kwamen er snel uit.

Maar de echte uitbetaling moet nog komen, namelijk die in april: het moment waarop de uitgeverijen de royalty’s overmaken. Natuurlijk ben ik benieuwd hoe hoog mijn eerste royalty’s zullen zijn, maar omdat ik (nog) niet afhankelijk ben van mijn schrijfinkomsten, ben ik met mijn gedachten vooral bij het schrijfproces van mijn tweede roman. En dat is wel zo fijn.

Om te kunnen leven van het schrijven, moet je als schrijver beschikken over veel doorzettingsvermogen. Herman Koch kon ook niet leven van zijn debuut, maar staat nu wel in de bestsellerlijst van de New York Times.

Moedig voorwaarts dus!

Deniz Kuypers

Of ik van mijn debuut, Dagen zonder Dulci, zal kunnen leven, valt nog te bezien; het komt pas op 4 april uit. Toen ik vorig jaar een contract tekende bij Anthos, kreeg ik wel een voorschot. Inmiddels zijn we een jaar verder, en ik had tegen die tijd al vijf jaar met tussenpozen aan Dulci gewerkt, dus hoe aardig het voorschot ook was, ik zou er geen zes jaar op geteerd kunnen hebben. Dat is overigens geen klacht. Hier in Amerika schijnen uitgevers steeds meer geld aan steeds minder schrijvers te geven; oftewel, ze betalen een fors bedrag voor gevestigde schrijvers (King, Grisham, Brown, etc.) en nemen minder risico’s met debutanten. Ik zag het voorschot van Anthos daarom meer als een aanmoediging en bevestiging dat mijn uitgever in me geloofde.

De media staan vol met gruwelverhalen over hoe slecht het eraan toe gaat in het boekenvak. Zelfs mijn held Philip Roth zei een tijd geleden dat jonge schrijvers maar beter de hoop op kunnen geven en iets anders kunnen gaan doen. Maar was het vroeger dan beter? Toevallig las ik een paar weken terug A Moveable Feast van Ernest Hemingway, waarin hij zegt hoe moeilijk het is om geld te verdienen met schrijven. Dat boek speelt zich af in de jaren twintig. Jim Harrison, een andere literaire held van me, verkondigt al meer dan 30 jaar dat je van schrijven niet kunt leven. Volgens hem is er maar één beroep dat minder verdient dan schrijven, en dat is schilderen.

Moet je als beginnende schrijver dan maar de moed opgeven? Wat als Hemingway en Roth en Harrison dat indertijd gedaan hadden?

Ik denk dat elke schrijver zich moet afvragen of de opbrengsten van het vak – geld, roem of wat je er dan ook van verwacht – de vele opofferingen die je ervoor maakt waard zijn. Ik weet dat het heel moeilijk is om naast het schrijven een full-time baan te hebben en een relatie en vriendschappen te onderhouden. Daarnaast woon ik in San Francisco, de duurste stad in de VS samen met New York. Dat is mooi qua inspiratie (veel van wat ik schrijf speelt zich af in Californië), maar niet om van schrijven te kunnen leven. Ik zou natuurlijk bewust kunnen proberen een bestseller te schrijven. Of helemaal niet te schrijven, maar dat is geen optie. Dus ik heb met Dulci een boek geschreven dat van diep van binnen komt, in de hoop dat dat genoeg is.

En nu maar wachten of Spielberg me gaat bellen voor de filmrechten.

Myrthe van der Meer

Wat je als voorschot zult krijgen voor je boek, weet je als schrijver nooit van tevoren. Niet in een tijd waarin het boekenvak het zwaar heeft, en al helemaal niet als je het geluk hebt dat er meerdere uitgeverijen tegen elkaar op willen bieden.

Als redacteur had ik echter wel een idee over hoe het met PAAZ zou kunnen gaan, gewoon gebaseerd op ervaring: het feit dat je als debutant nog geen naam gemaakt hebt kost punten en het manuscript was misschien ook geen hoogstaande literatuur, maar het was wel soepel geschreven, ging over een onderwerp dat erg actueel is – psychiatrie – en wat dus ook makkelijk publiciteit vindt, en speelde zich af in een spannende omgeving, een gesloten psychiatrische afdeling, en was bovendien waargebeurd. Tel die dingen bij elkaar op en ik kwam tot de conclusie dat in een two-book-deal voor PAAZ en een nieuw boek het voorschot uiteindelijk – als alles meezat – tegen de tienduizend euro zou kunnen zitten.

Toen Willem, mijn literair agent, me op de dag waarop de uitgevers zouden bieden me sms’te dat er tienduizend euro was geboden, schrok ik me echter door. Niet door het bedrag, maar door het feit dat dat het openingsbod was. Met elk sms’je dat ik vervolgens kreeg voelde ik me ellendiger worden, want het besef drukte steeds zwaarder dat dit geen cadeautje was, maar een voorschot. En met elk hoger bod zou PAAZ meer moeten presteren om dat terug te verdienen voor de uitgever. Dat zoiets voor druk zorgt, is een understatement…

Zoiets is echter niet aan een literair agent uit te leggen, dus toen ik ’s avonds ietwat ontdaan mijn vriend belde, was dat met de absurde boodschap dat ik in één dag tijd een jaarsalaris had verdiend. ‘Misschien wel in één dag,’ zei mijn vriend, ‘maar wel voor drie jaar werk, plus daarbij de tijd die het je kost om je volgende boek te schrijven, en je daar moet je nog aan beginnen!’

Je zou dus kunnen zeggen: een schrijver is iemand die niet van een jaarsalaris kan leven. Dan moet je dus of goed kunnen schnabbelen om je inkomen op korte termijn aan te vullen, of je boek (laten) bewerken voor film of tv of gewoon snel kunnen schrijven. Het eerste vind ik een crime, met het tweede zijn we bezig en het derde kan ik gelukkig wel aardig.

PAAZ heeft zijn deel van het voorschot inmiddels terugverdiend. Nu is het afwachten of komend najaar het volgende boek het net zo goed gaat doen. En het zou heel goed kunnen van niet, want waar PAAZ marketingtechnisch alle voordelen had, is het volgende boek gewoon een ontzettend leuk verhaal over een enorm fascinerend onderwerp – en daar ligt de boekhandel al vol mee…

Dus kun je van het schrijverschap leven? Als zoals in het geval van PAAZ echt alles meezit: ja. Dan levert je dat misschien zelfs nog wel een jaarsalaris op. Maar daar moet je dan soms wel verdomd lang mee doen.

Dennis Rijnvis

Ik kan nog moeilijk bepalen hoe veel ik aan mijn boek overhoud. Veel verder dan een ruwe schatting kom ik niet, omdat Savelsbos pas volgende maand verschijnt. Maar ik heb een serieuze poging gedaan om mijn uurtarief vast te stellen.

De boekenbranche werkt met voorschotten. Zelf vind ik dat een vreemde manier van betaling. Toen ik mijn boek na een bieding tussen drie uitgeverijen verkocht aan uitgeverij Cargo, kreeg ik een bedrag op mijn rekening bijgeschreven voor Savelsbos en een tweede boek dat ik nog moet schrijven. Kortom als ik getroffen wordt door een writer’s block moet ik de helft weer terugbetalen.

Aangezien in het in Nederland eigenlijk ‘not done’ is om bedragen te noemen, maar ik mijn eigen vraag wel goed wil beantwoorden, permitteer ik mezelf enige omslachtigheid. Iedereen die het precieze voorschot wil weten, kan het met de onderstaande gegevens simpel uitrekenen.

Als ik het bedrag dat ik op mijn rekening kreeg bijgeschreven deel door het aantal uren dat ik naar schatting aan Savelsbos heb gewerkt (10 uur per week, twee jaar lang), kom ik op een uurtarief van ongeveer 18 euro per uur.

Aangezien de helft van dit geld een voorschot is voor een nog niet bestaand, tweede boek, ligt het werkelijke uurtarief rond de 9 euro per uur. Dat klinkt schraal. Mijn bijbaantje als postbezorger bij de PTT tijdens mijn studie was lucratiever. Maar nogmaals, het is een voorschot, het is best mogelijk dat ik uiteindelijk meer verdien als schrijver.

Het bedrag van het voorschot is gebaseerd op een aantal boeken dat de uitgeverij minimaal denkt te verkopen. Ik gok (ik heb het er nooit met ze over gehad) dat dit verwachte aantal op ongeveer 3.500 exemplaren ligt. Een auteur krijgt namelijk ongeveer twee euro per verkocht exemplaar.

Stel dat mijn boek aanslaat en er 7.000 exemplaren van Savelsbos over de toonbank gaan. In dat geval verdubbelt mijn uurtarief. En laat ik nog even verder dromen: als mijn debuut meteen een bestseller wordt en ik 15.000 boeken verkoop, is mijn uurtarief daarmee ongeveer verviervoudigd.

Aan de andere kant is een begrote oplage van 3.500 exemplaren niet kinderachtig. Het gemiddelde verkoopaantal van boeken in Nederland schijnt rond de 1.500 exemplaren te liggen. Als Savelsbos niet bijzonder of zelfs slecht verkoopt, maakt de uitgever dus verlies. En dan mag ik mijn handen dichtknijpen met 9 euro per uur. Een bijzondere regeling bij voorschotten in de boekenbranche is namelijk dat je ze in het geval van tegenvallende verkoopcijfers niet hoeft terug te betalen.

Uiteraard ga ik nu afsluiten met een cliché: ik doe het niet voor het geld. Ik vind het al geweldig dat een grote uitgeverij iets in mijn boek zag, dat het straks in de meeste boekenwinkels komt te liggen en dat er over twee weken een officiële presentatie plaatsvindt, georganiseerd door de uitgeverij. Helemaal waar, zoals alle clichés. Maar zelf vind ik een bedrag van 36 euro per uur eigenlijk best reëel voor het schrijven van een boek.

Deel dit bericht

Eén reactie op “Wat verdient een schrijver eigenlijk in deze tijd?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>