Wat is het beste schrijfadvies dat je ooit hebt gekregen?

‘Wat is het beste schrijfadvies dat je ooit hebt gekregen? Misschien heb je het ooit in een boek gelezen of van een leraar gehoord. Maar wat voor advies hou je altijd in je achterhoofd tijdens het schrijven?’ – Deniz Kuypers

Myrthe van der Meer

Het beste schrijfboek dat ik ooit heb gelezen, las ik twee maanden geleden en gaat eigenlijk ook helemaal niet over het schrijven van romans maar over films: The Definitive Guide to Screen Writing door Syd Field.

Wat mij altijd wat stoorde aan de schrijfboeken was de mystieke sfeer die rond het schrijfproces bleef hangen: natuurlijk kun je een hoop leren, maar tussen kunde en kunst, lectuur en literatuur zit een kloof die alleen gedicht kan worden met dat magische goedje, inspiratie.

Scriptschrijvers denken daar heel anders over en dat was voor mij echt een verademing. Sterker nog, ze zijn helemaal niet bezig met de vraag of iets literatuur is, maar stomweg met de vraag of het verhaal dat je wilt vertellen zo goed werkt dat het door de kijkers en iedereen die bij de productie betrokken is ook net zo opgepikt wordt als jij bedoeld had toen je het schreef.

Wat ik ook fascinerend vond, was de manier waarop scriptschrijvers naar karakters kijken: character is action. Het gaat er niet om of iemand een slechte jeugd had. Waar het om draait, is: wat wil hij nu, en over hoeveel lijken gaat hij om dat te krijgen? Dat klinkt misschien heel Hollywood-actiethrillerig, maar hetzelfde geldt voor de meest suffe, ambitieloze personages: wat willen zij? Hoeveel hebben ze ervoor over om hun luizenleventje in stand te kunnen houden? En maak dat zo visueel mogelijk: pratende hoofden blijven altijd de dingen zeggen die je als schrijver voor ze bedenkt: laat ze tijdens het praten een berg beklimmen, (beter nog, ervan afvallen) en je zult zien dat ze dingen gaan doen die je anders nooit had bedacht.

Een van de grootste eyeopeners was echter: in de filmwereld staat één pagina script voor één minuut film. Een volledige speelfilm beslaat dus 90 pagina’s tekst en daar staat het complete verhaal in, inclusief alle karakters en hun complete ontwikkeling. Meer is er niet nodig, en al die scripts lezen op hun manier stuk voor stuk net zo gedetailleerd als romans. Nu wordt de gemiddelde uitgever niet blij als je voor je volgende roman met een manuscript van 90 pagina’s aan komt zetten, maar het zette me wel aan het denken: als je zoveel kunt doen met zo weinig woorden, ben ik dan eigenlijk niet een luie schrijver als ik nog maar zo weinig doe met zoveel meer?

Ik heb dus nog genoeg te leren. Maar gelukkig zijn er ook nog meer dan genoeg inspiratiebronnen te vinden!

Tips voor schrijvers die eens willen kijken in plaats van lezen:

  • Kijk veel films en vraag je tijdens het kijken af waarom de personages doen wat ze doen en op welk moment.
  • Lees filmscripts: veel originele scripts zijn gratis online te vinden, bijvoorbeeld op www.imsdb.com.
  • Lees eens een filmscript mee terwijl je de film kijkt. Vaak zie je allemaal boeiend redactie-ingrepen voorbij komen (bij Dances with Wolves vond ik dat erg boeiend)

Dennis Rijnvis

Het gevaar van schrijfadviezen is dat ze vaak bovenin mijn hoofd blijven zitten. Het worden obstakels waar ik bij het schrijven omheen manoeuvreer.

Zo las ik ooit dat je moet vermijden om te veel zinnen met ‘ik’ te beginnen. Op één of andere manier sprak dat advies me erg aan. Valse bescheidenheid? Misschien. Ik deed in ieder geval mijn best om ‘ik’ zo min mogelijk met een hoofdletter te schrijven. Die neiging leidde in mijn roman Savelsbos tot nogal wat gekunstelde zinnen. Hier het letterlijke commentaar van de persklaarmaker, die het manuscript op stijl controleerde voordat het naar de drukker ging.

‘Wat Dennis veel doet is lichaamsdelen en voorwerpen actief maken. Daarmee bedoel ik zinnen als ‘mijn ogen gleden langs’, ‘mijn ellebogen landden’, ‘veegden zijn vingers’, ‘mijn handen glijden over mijn oren’, ‘schoven mijn schoenen aarzelend’, ‘herinnerde mijn horloge’, ‘mijn zaklantaarn toont’. Waarom niet gewoon ‘ik kijk op mijn horloge’ of ‘ik zie hem in het licht van mijn zaklantaarn’ et cetera? Die ‘pratende’ lichaamsdelen en voorwerpen vond ik bijna altijd een beetje tuttig overkomen, en daardoor niet goed bij het verhaal passen.’

Ze heeft natuurlijk gelijk. Als je schrijfstijl wordt beheerst door een bepaald advies, krijg je gekunstelde zinnen. Ik denk dat ik de beste schrijftips die ik ooit kreeg alweer ben vergeten, omdat ze van bovenin mijn hoofd zijn afgegleden naar het onderbewuste.

Het beste advies is denk ik om alle adviezen los te laten, om bij het schrijven van je eerste versie zo min mogelijk na te denken en jezelf zeker niet te beperken. Pas tijdens het herschrijven mag de wildgroei aan schrijfadviezen in boeken en op weblogs als deze doordringen tot in je hoofd. Dat is in mijn ogen de gouden tip die ik bij het schrijven van Savelsbos te weinig ter harte heb genomen.

Wytske Versteeg

Het beste schrijfadvies dat ik ooit kreeg, komt van een fotograaf. Het was op een tentoonstelling van Robert Capa dat ik de volgende, bekende woorden las: “if your pictures aren’t good enough, it’s because you’re not close enough.” Toen we de tentoonstelling verlieten – ik geloof dat het in Boedapest was – kwamen we langs een kleine kermis, mensen in afwachting van een evenement dat nog moest plaatsvinden, de muziek al vrolijk en de lichten al aan, maar de tenten nog leeg, het personeel alleen maar bezig met elkaar. Het was een melancholieke plek, buiten de tijd.

Capa’s woorden zitten in mijn hoofd wanneer ik schrijf, vooral wanneer het niet zo gaat als ik zou willen. Want ze zijn waar, en niet alleen voor fotografen. Als een verhaal niet boeit, een tekst maar niet tot leven komt ligt dat vaak aan luiheid van de schrijver, die zijn personages niet goed heeft leren kennen, niet goed genoeg om ze zo te begrijpen dat je hen als schrijver wilt verdedigen, wat ze dan ook precies doen. Om je personages zo te leren kennen is het niet genoeg om te weten hoe ze eruit zien, niet genoeg om te weten wat ze doen – de vraag is waarom ze dat doen. De vraag is waar zij zelf van houden, of waar ze juist helemaal niet tegen kunnen.

Dat soort dingen weet ik zelden van tevoren – het is pas tijdens het schrijven dat ik erachter kom. Want soms wil ik iets van een personage wat diegene uit zichzelf helemaal niet zo zou doen. Dan loopt het verhaal onherroepelijk vast. Achteraf zijn dat vaak de meest waardevolle momenten, omdat ik er vroeg of laat van leer hoe het wél verder moet. Dat vraagt geduld en discipline, en daar komt Capa’s uitspraak om de hoek. Maar het blijft vreemd hoeveel moeite het kan kosten om in de buurt te komen van personages die ik toch zelf verzonnen heb.

Peter Zantingh

Een mooie vraag, Deniz. Deze had ik ook al in m’n hoofd voor als ik weer aan de beurt was. Veel tips kom ik vaak tegen en ze zijn allemaal nuttig. Om er drie te noemen: zorg voor conflict, show don’t tell, doe niet aan mooischrijverij. Maar het beste advies is: schrijf veel en lees veel.

Om eerst terug te komen op die eerstgenoemde tips. Zorg voor conflict: je lezers willen dat de personages elk hun eigen sterktes en zwaktes hebben en dat die elkaar maar net in evenwicht houden. Iemand die perfect is, is niet interessant. Een loser die een loser blijft ook niet.

Show, don’t tell: ‘Joeri was eigenwijs, maar soms kon hij ook erg aardig zijn.’ Niet doen. Zoiets willen lezers zelf ontdekken, dus het is je taak te beschrijven wat Joeri doet om zo duidelijk te maken wat zijn karakter is.

Vermijd mooischrijverij: schrijf niet “tot mijn oog reikten jonge wulpse deernes”*, schrijf gewoon “ik zag mooie meisjes”.

Maar uiteindelijk zullen die dingen vanzelf tot je doordringen als je maar veel schrijft en veel leest. Oefening baart kunst; het gaat nog altijd op. Schrijf eens honderd dagen lang elke dag een stukje en je zult zien dat je met de dag beter wordt. Er zullen dagen bij zitten waarop het niet lukt, waarop je ziek bent of een kater hebt of eigenlijk Borgen wilt kijken, maar ook die momenten maken je beter – als je maar doorzet.

En door veel te lezen ontdek je hoe anderen het doen, welke stijlen er zijn, hoe die ingezet worden, wat jou raakt en wat niet. Lees de eerste pagina van Hersenschimmen (Bernlef), High Fidelty (Nick Hornby) en Catcher in the Rye (J.D. Salinger) eens. In elk van die boeken weten we in een mum van tijd al heel veel over de hoofdpersoon. Hoe doen ze dat? Hoe kun jij datzelfde doen?

Veel schrijven en veel lezen dus. Twee leuke hobby’s bovendien.

*Dit voorbeeld komt uit Bestseller van Paul Sebes, een erg nuttig boek voor wie een roman wil schrijven.

Murat Isik

Voordat ik aan Verloren grond begon, heb ik veel boeken over het schrijven van een roman gelezen. De twee beste boeken over dat onderwerp waren De wil en de weg van Jan Brokken en On Writing van Stephen King. Beide boeken heb ik verslonden, maar het boek van Brokken heb ik bij heel veel mensen met schrijfaspiraties aangeprezen omdat het zo compleet is en alle aspecten van het schrijven van een roman behandelt.

Brokken geeft voorbeelden uit de moderne literatuur, vertelt over zijn eigen schrijverschap en hoe een schrijver zijn vak moet benaderen. Stephen King doet dat op zijn eigen manier ook, hoewel het bij hem iets meer een soort autobiografie is. Zo vertelt hij o.a. over het zware auto-ongeluk dat hem bijna zijn leven kostte.

Van alle adviezen die in beide boeken zitten, schoot er steeds één door mijn hoofd bij het reviseren van de eerste ruwe versie van mijn manuscript (ik was uitgekomen op 700 pagina’s en wist dat het te veel was). Ik dacht aan de woorden van King: hij zei dat je jezelf moet dwingen om woorden te schrappen uit een hoofdstuk, hoe tevreden je er ook over bent, want als je jezelf dwingt om woorden weg te laten, wordt de tekst er beter en compacter van. Het is een tip die hij zelf als beginnende schrijver kreeg van een redacteur van een literair blad. Toen hij het toepaste, merkte hij dat zijn korte verhalen plotseling wel werden gepubliceerd. Hij heeft een heel simpele formule voor het schrappen van woorden uit de eerste versie: de tweede versie = de eerste versie – 10%. Hij dwingt zichzelf dus om 10% van het aantal woorden van een hoofdstuk te schrappen.

Ik heb dat toegepast op mijn manuscript. Alleen besloot ik, gezien de lengte van de eerste versie, om niet 10 maar 20% van een hoofdstuk te schrappen. In dit advies zit natuurlijk ook het cliché ‘kill your darlings’ besloten. En dat deed ik, zonder schroom. Ik moet bekennen dat soms hele hoofdstukken sneuvelden. Ik ging als een genadeloze corrector te werk. Het was alsof ik een bijl hanteerde in plaats van een rode pen. In sommige hoofdstukken schrapte ik 40% van de woorden. Maar het kwam ook voor dat ik na een reviseerronde in een bepaald hoofdstuk slechts uitkwam op 10%. Dat was erg frustrerend. Ik besloot dan om dat hoofdstuk nog kritischer te bekijken. Net zo lang tot ik de 20% benaderde.

Nu heb ik natuurlijk veel meer goede schrijfadviezen gekregen die op de een of andere manier erg waardevol waren, maar dit was misschien wel het beste advies voor het herschrijven van Verloren grond, want wat ik toen vooral hard nodig had, was de moed om genadeloos te reviseren.

Deniz Kuypers

Wie wil schrijven, moet eerst lezen. Boeken verslinden. Het liefst van jongs af aan al. Daarna moet je heel veel schrijven en schrappen. Je moet zwoegen, uitgeput en teleurgesteld raken en toch weer opnieuw beginnen. De rest is bijzaak.

De afgelopen vijftien jaar heb ik Creative Writing vakken gevolgd; met andere schrijvers over het vak gesproken; advies gekregen van leraars, lezers en andere schrijvers; aan National Novel Writing Month meegedaan, waar ik in één maand 50.000 woorden schreef; interviews gelezen met schrijvers en zelf ook schrijvers geïnterviewd; On Writing, Bird by Bird, Sol Stein on Writing, The Art of Fiction en elke andere klassieke handleiding voor het schrijven doorgespit; en ik ben lid geweest van schrijfclubs. Wat ik heb geleerd is dat er geen regels zijn voor het schrijven. Elke regel die je kunt bedenken is namelijk al eens op z’n kop gezet. ‘Je moet altijd aanhalingstekens gebruiken.’ (En Cormac McCarthy dan?) ‘Je moet nooit beginnen met een beschrijving van het weer.’ (The Corrections toevallig gelezen?) En ga zo maar door. (Eigenlijk mag je een zin ook niet met ‘en’ beginnen.)

Toch is het voor mij belangrijk om op de hoogte te zijn van al die regels, zodat ik kan kiezen welke ik toepas en welke ik liever negeer. De voornaamste regels waar ik me in mijn verhalen aan probeer te houden zijn: 1) schrijf zo kort, maar krachtig mogelijk, 2) doe niet aan mooischrijverij en 3) gebruik geen clichés. (Er is nog een vierde regel die ik in mijn achterhoofd hou, maar die bewaar ik voor het antwoord op Myrthe’s vraag volgende week.)

Maar het voornaamste schrijfadvies waar ik me aan hou is dit: je moet altijd eerlijk zijn. Je moet verhalen vertellen die iets voor jou betekenen. Als je dat niet doet, als je niet diep in je binnenste kijkt en iets van jezelf blootlegt, dan komt je verhaal niet tot leven. George Saunders was de eerste schrijver die me dit vertelde toen ik hem ontmoette in 2006. Later vertelde Douglas Coupland me hetzelfde na afloop van een lezing. Onlangs heb ik het Jonathan Franzen ook horen zeggen.

Er zijn vast schrijvers die het niet met me eens zijn. Maar net zoals men vroeger geloofde dat camera’s een stukje van je ziel stalen, stop ik een stukje van mijn ziel in elk verhaal dat ik schrijf.

Deel dit bericht

Eén reactie op “Wat is het beste schrijfadvies dat je ooit hebt gekregen?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>