Wat is de invloed van de redacteur op de inhoud van een boek?

‘Op het omslag van een boek staat over het algemeen alleen de naam van de schrijver, hoogstens nog die van de uitgeverij. De redacteur wordt nergens in of op het boek genoemd, terwijl hij de schrijver en het verhaal wel al die tijd begeleid heeft en misschien zelfs veranderd of gevormd. Hoeveel invloed had jullie redacteur inhoudelijk op jullie verhaal?’ – Myrthe van der Meer

Dennis Rijnvis

Ongeveer 1000 woorden, dat was alles wat ik had geschreven van mijn roman Savelsbos toen literair agentschap Sebes & Van Gelderen me in 2011 besloot te vertegenwoordigen. Het was een korte inleiding van een roman. Drie volwassen mannen keerden terug naar een bos waar ze als kinderen hadden gespeeld en waar destijds hun jeugdvriendinnetje was verdwenen. “Wat is er nou eigenlijk precies gebeurd, weet je dat? En wat gaan ze daar doen?”, vroegen ze bij het agentschap. Ik moest bekennen dat ik het niet precies wist.

In het jaar daarna groeide de korte inleiding uit tot een thriller van ongeveer 80.000 woorden. Kortom: mijn het agentschap en later de uitgeverij hadden heel veel invloed op het verhaal.

Op aanraden van mijn redacteur en de twee literair agenten die me begeleidden, veranderde ik niet alleen structuur van het verhaal dat ik in gedachten had, maar ook het aantal hoofdpersonen, de aanloop naar de ontknoping, de achtergrond van de verteller en de titel.

Het was niet zo dat ik met alles akkoord ging, wel heb ik alle voorstellen serieus overwogen. Natuurlijk zou het mijn verhaal worden, niet dat van de agenten. Maar ik had nog nooit een boek geschreven. En vaak kun je de impact van een verandering in de structuur of stijl pas overzien als je het probeert.

Oorspronkelijk speelden de hoofdstukken van Savelsbos zich afwisselend in het heden en verleden af. Maar toen ik die twee tijden uiteindelijk toch met elkaar vermengde, kreeg het verhaal meer vaart en spanning.

Aan de hoofdpersonen was ik best gehecht geraakt, maar toen ik er ééntje schrapte bleek ik hem nauwelijks te missen.

Het gekke is verder dat zowel het agentschap als de uitgeverij me steeds heeft aangespoord meer te schrijven. Dat is behoorlijk in tegenspraak met een vuistregel die ik ooit las in het boek Over Leven en Schrijven van Stephen King. Hij stelt dat je na het schrijven van een eerste versie altijd ongeveer 10 procent van de tekst moet schrappen, om je verhaal van alle overbodige franje te ontdoen.

Bij mij was het omgekeerd. Mijn eerste versie bestond uit ongever 65.000 woorden en groeide daarna naar 80.000 woorden. Had ik niet alleen naar mijn agenten en redacteur moeten luisteren, maar ook naar Stephen King? Het antwoord krijg ik hopelijk na 11 maart, als mijn boek uitkomt, van de lezers.

Wytske Versteeg

Ha, eindelijk een vraag waarop ik een duidelijk antwoord kan geven; aan De Wezenlozen is relatief weinig redactiewerk verricht. Natuurlijk was er wel bureauredactie, in de zorgvuldige handen van iemand die het Groene Boekje veel beter heeft bijgehouden dan ik; en verder was ik erg blij met de tips en aanwijzingen die ik van onze gastblogger Willem Bisseling en zijn collega’s kreeg.

Waaronder één hele cruciale; de titel van het boek.

Want die is, biecht ik hierbij op, bedacht door een stagiair – haar suggestie was namelijk vele malen beter dan mijn eigen ideeën. En eigenlijk is dat precies wat je bij een redacteur zoekt: hij of zij moet je boek beter kennen dan jijzelf. Hij moet rücksichtslos een rode streep zetten door al jouw gevonden schatten wanneer die niet bijdragen aan het boek (al is dat ‘bijdragen aan’ dan wel weer een wat relatief begrip). Een goede redacteur houdt de schrijver, om maar een cliché van stal te halen, een spiegel voor – desnoods een lachspiegel.

Wanneer het boek in een vroeg stadium nog bulkt van het overtollig vet ziet hij, als je geluk hebt, je verhaal al voor zich in de afgeslankte, fitte topvorm die het ooit toch moet bereiken. En als jij even niet de moed hebt om je tegensputterende boek naar de sportschool te duwen, ziet hij de finish al voor zich en juicht en jaagt je daarnaar toe. Enthousiast, maar met gepaste strengheid; als het goed is haalt hij iets beters uit je dan je zelf wist dat er in je zat. Ooit had ik een coach die ons hockeyteam vervoerde in een Fiat Panda die zo gammel was dat je het portier moest vasthouden. Als wij in de pauzes van minder goed verlopen wedstrijden op onze sinaasappelpartjes zogen, moedigde ze ons aan met de onsterfelijke woorden ‘kom op, stelletje mutsen, sta nou niet zo te kutten.’ En dat bedoel ik dus, maar dan – want zo zijn redacteuren – heel beschaafd.

Peter Zantingh

Ik ben erg blij met mijn redacteur Michel. Mede omdat ik bij hem een goed gevoel had, heb ik voor De Arbeiderspers gekozen. En ik weet zeker dat het boek bij een andere uitgeverij anders was geworden.

Als je een boek schrijft, zit je zelf zo dicht op je eigen werk dat het lastig is om daar weer afstand van te nemen en het als een lezer te lezen. Is het goed, wat je schrijft? Maak je het daadwerkelijk beter door te herschrijven? Verlies je de rode draad niet uit het oog? Je redacteur (maar ook je literair agent) is iemand die kennis van zaken heeft, niet bang is om kritisch te zijn – dat moet zelfs – en het wél als lezer kan benaderen. Als een erg geoefende lezer. Dat is erg veel waard.

Met mijn debuutroman probeerde ik steeds een balans te vinden tussen wat ik moest vertellen en wat tussen de regels door ook wel duidelijk werd. Het boek werd uiteindelijk gewaardeerd omdat er ‘een wereld schuilgaat achter alles wat niet uitgesproken wordt’ (de Volkskrant) en daar zijn de mensen bij De Arbeiderspers mede verantwoordelijk voor. Michel, maar ook de persklaarmaker die aan het eind nog een keer met een heel scherp oog keek en me aanraadde sommige alinea’s te schrappen omdat het verhaal ook wel zonder kon.

Het werkt ook andersom. In de lente van 2011 zat ik in de tuin bij de uitgeverij met Michel te praten en liet ik vallen dat ik één hoofdstukje, waarin mijn hoofdpersoon een pak past voor de spiegel, wilde schrappen. Omdat hij toen zei dat hij hem juist mooi vond, is die bewaard gebleven.

Murat Isik

Toen ik in 2008 begon aan mijn roman Verloren grond, koos ik ervoor om mijn redacteur (Elsa den Boer, Anthos) en agent (Willem Bisseling) tussentijds mee te laten lezen. Ik vond dat prettig, vooral ook vanwege de lengte van mijn roman. Het was fijn om zo eens in de vier maanden te horen dat ik op de goede weg zat. Daarnaast was ik erg benieuwd naar de verhaaltechnische feedback. Die kon voor mij niet scherp genoeg zijn, want je kunt maar één keer debuteren.

Nog los van de gebruikelijke correcties op zinsniveau, hebben mijn redacteur en agent beiden feedback gegeven die belangrijk was voor het verhaal in zijn geheel. Ze hebben dus invloed gehad op het verhaal. Nu willen jullie natuurlijk voorbeelden horen. Die zal ik geven.

In de gesprekken die ik met mijn redacteur had gevoerd over mijn boek, en uit mijn synopsis, was het voor haar duidelijk geworden dat de ouders uit mijn verhaal veel van elkaar houden. Zij vond terecht dat dat in het begin nog te weinig tot uitdrukking kwam in mijn manuscript. Ik heb daarom een aantal wijzigingen doorgevoerd. Verder had mijn redacteur een belangrijke opmerking over de karakterontwikkeling van mijn hoofdpersonage. Ook toen greep ik in.

Mijn agent op zijn beurt gaf onder andere terecht aan dat bepaalde belangrijke personages te laat in het verhaal werden geïntroduceerd, waardoor ze voor de lezer te veel uit de lucht kwamen vallen. Bij het reviseren ben ik daarmee aan de slag gegaan. Verder heb ik met hem uitgebreid van gedachten gewisseld over het belang én de bijdrage van andere personages.

Tijdens het schrijven kreeg ik van buitenstaanders vaak de vraag of het niet vervelend was om van twee kanten feedback te krijgen. Nee, ik vond het juist een voordeel. Natuurlijk, het is meer werk, want je moet je door twee keer zoveel commentaar ‘worstelen’, maar uiteindelijk komt het je werk ten goede. Eén van de voordelen was dat ik me nu bij twijfel kon laten overrulen. Als mijn redacteur én mijn agent beiden vonden dat een bepaald woord of zin beter geschrapt of aangepast kon worden, nam ik hun advies over (van deze regel ben ik slechts een paar keer afgeweken). Als alleen één van hen dat voorstelde, bekeek ik het voorstel kritisch en legde ik het soms naast me neer.

De rol van de redacteur, en in mijn geval ook de agent, is van essentieel belang. Hij of zij helpt de schrijver zijn verhaal aan te scherpen, wijst hem op fouten of inconsequenties en is een sparringpartner voor allerlei problemen die zich kunnen voordoen tijdens het schrijven. En hij of zij is de eerste persoon die het verhaal onder ogen krijgt, de eerste lezer. Iemand die er niet mee wegkomt door alleen te zeggen: ‘mooi.’ Want ik wil vooral horen wat er niet mooi aan is. Maar misschien wel de belangrijkste rol van een redacteur, is de schrijver dwingen om nog eens goed na te denken over de keuzes die hij in zijn roman heeft gemaakt.

Deniz Kuypers

De eerste keer dat ik mijn redacteur ontmoette, was ze mijn redacteur nog niet. Vorig jaar mei gingen mijn agent – Willem Bisseling – en ik een middag bij uitgevers langs die interesse hadden getoond in het manuscript van wat mijn debuutroman zou worden, Dagen zonder Dulci. Jennifer Boomkamp van Uitgeverij Anthos ontving ons hartelijk en ging gelijk aan de slag: ze had al aantekeningen gemaakt op het manuscript en vroeg me heel doelgerichte vragen over de plot en de personages. Dat was precies wat ik me, als beginnend schrijver, altijd bij een redacteur had voorgesteld. Tegen die tijd had ik al vijf jaar aan mijn boek gewerkt: niet aan één stuk door, maar lang genoeg om door de bomen het bos niet meer te kunnen zien – ik had elk woord en elke komma al minstens vijfentwintig keer verplaatst, verwijderd en weer teruggezet. Maar in dat eerste halfuur met Jennifer kreeg ik een frisse kijk op mijn boek, wat ik dringend nodig had.

Een paar maanden eerder had ik een soortgelijke ervaring gehad met mijn agent, Willem. De vraag van deze week zou daarom niet alleen over redacteurs moeten gaan, maar ook over agenten. Voordat Jennifer mijn boek onder ogen kreeg, had ik er namelijk op advies van Willem al grote veranderingen in aangebracht. De grootste daarvan was de vertaling: was oorspronkelijke een Engelstalige roman, die ik op verzoek van Willem in het Nederlands had vertaald. (Ik schrijf altijd eerst in het Engels, maar dat is een vraag voor een andere keer.)

Uiteindelijk hebben Jennifer en ik zes maanden aan mijn debuutroman gewerkt. Van woordkeus tot plotlijn – niets ontging haar. Onderwijl las Willem ook nog steeds mee. We hebben het hele boek een keer of zes doorgenomen voor het naar de bureauredacteur (Lara Bresser) ging, die er nog meer kleine dingetjes in vond, en vervolgens de persklaarmaker. Inmiddels ken ik Dulci zo’n beetje uit mijn hoofd, maar ik heb in dit hele proces twee belangrijke lessen geleerd.

Ten eerste ben ik een betere schrijver geworden. Dat merkte ik al na de eerste ronde van revisies. In de afgelopen zes maanden heb ik langzaam de oogkleppen afgedaan die ik in de jaren daarvoor – jaren dat ik eigenlijk alleen voor mezelf schreef – had opgezet. Ik heb een scherper oog ontwikkeld voor onduidelijkheden, overbodige zinnen, gekunstelde metaforen, en oubollige woorden of anglicismes (waarvan er veel in de eerste versies van mijn roman zaten). Niet dat ik geen fouten meer maak – integendeel! -, maar de verhalen die ik sindsdien naar Jennifer en Willem heb gestuurd, heb ik teruggekregen met veel minder aantekeningen en verbeteringen in de kantlijn dan het oorspronkelijke manuscript van Dulci.

En zelfs als ik fouten maak, staan Jennifer en Willem klaar om me in de goede richting te leiden. Dat is de tweede les die ik geleerd heb: voor advies, kritiek en aanmoediging kan ik altijd bij hen terecht. Ik woon in San Francisco, en dit hele proces – van manuscript tot drukproef – hebben we via e-mail gedaan. ‘s Avonds werkte ik aan mijn boek en stuurde e-mails met vragen of ideeën. ‘s ochtends kreeg ik gelijk antwoord van Jennifer of Willem, en zo kon ik weer verder. Zij moedigden me aan wanneer ik aan mezelf of aan het boek twijfelde. Ze gaven doelgerichte feedback wanneer ik niet wist hoe ik verder moest. Met hun hulp heb ik van mijn debuut een beter boek gemaakt dan ik vijf jaar lang in mijn eentje had weten te doen. Jennifer en Willem waren en zijn – want Anthos gaat ook mijn volgende roman uitgeven – onmisbaar.

Myrthe van der Meer

‘Maar wat doe jij dan eigenlijk?’ was de standaard vraag die ik kreeg als ik vertelde dat ik redacteur was op een uitgeverij; ‘want eigenlijk doet de schrijver toch al het werk?’

Dat was wel eens lastig om uit te leggen, en al helemaal om het op een overtuigende manier te doen. Feit is namelijk dat uitgeverijen hun stinkende best doen om alle credits voor een boek bij de schrijver te leggen: zijn naam staat voor op het boek, misschien ook nog het logo van de uitgeverij, maar zeker niet die van de redacteur, zelfs niet in het binnenwerk. En dat is terecht, want bij de schrijver is het allemaal begonnen, bij hem komen het idee of in elk geval de uitwerking vandaan. Net als dat melk niet door Melkunie wordt gemaakt maar door een koe, schrijft niet de redacteur maar de schrijver het boek.

De redacteur is de zeikerd die, als je als schrijver net eindelijk het manuscript van je boek hebt ingeleverd, tegen je zegt: ‘Ja, heel leuk, maar kan de hoofdpersoon aan het einde niet dood?’ Of: ‘Ik snap dat je dit punt wilt maken, maar als je het me niet van tevoren had verteld, dan had ik dat uit de tekst niet kunnen begrijpen.’ En dat doet pijn – pijn die te vermijden is door je boek niet bij een uitgeverij maar in eigen beheer uit te geven en het niet door professionals te laten keuren maar door vrienden of kennissen om het daarna vooral ook in die kring te verkopen. Dat is de brugfunctie van de redacteur: hij zorgt ervoor dat jouw persoonlijk werk ook door complete buitenstaanders precies zo begrepen wordt als jij als schrijver wilt.

Inmiddels ben ik geen redacteur meer, maar heb ik er een. Twee zelfs: een bij de literair agent en een bij mijn uitgeverij en ik vond dat een erg prettig idee: hoe meer kritische blikken, hoe meer vreugd! Dus schreef ik PAAZ ook zo dat we er samen nog extra veel aan konden sleutelen: het oorspronkelijke manuscript was namelijk twee keer zo dik als het boek dat nu in de winkel ligt, en omdat het boek is opgebouwd uit allemaal korte geschakelde hoofdstukjes, columns bijna, betekende dit dat de redacteur gewoon kon zeggen welke hij sterker of minder sterk vond en aan kon wijzen welke het verhaal vertraagden, dan gooide ik die eruit en dan waren we klaar. Want als ex-redacteur weet je vanuit welke insteek de kritiek wordt gegeven, wacht je gewoon blijmoedig op het oordeel van je vakbroeder en doe je er vervolgens je voordeel mee.

Dat werkte perfect – tot de mail arriveerde. Oké, de hoofdpersoon was depressief, maar kon ze niet wat vrolijker doen? Wat actiever zijn? En die therapeuten – zo gestoord zijn ze toch niet echt (ja, waargebeurd!) want dit is wat onwaarschijnlijk? En als die vriend van de hoofdpersoon (ik was de hoofdpersoon, dus mijn vriend!) echt zo’n oninteressant en onsympathiek personage was, kun je hem dan niet beter gewoon schrappen?

Geredigeerd worden is de hel. Helaas wordt je boek er wel beter van.

Deel dit bericht

3 reacties op “Wat is de invloed van de redacteur op de inhoud van een boek?

  1. Ondanks dat mijn boek ‘Moe is Moe maar voldaan’ bij mijn eigen uitgeverij is verschenen, heb ik wel degelijk gebruik gemaakt van een redacteur/auteursbegeleider (Hedwig van Lier, bureau Artemis). Mijn persoonlijke mening is dat je als schrijver niet zonder kunt; je boek wordt er beter van en je wordt er een betere schrijver van. Daarom raad ik iedereen die overweegt uit te geven in eigen beheer of iets dergelijks, beslist aan om een redacteur in de arm te nemen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>