Wat hebben we eigenlijk nog aan literatuur, of aan lezen in het algemeen?

‘Uitgevers hebben het moeilijk, bibliotheken verdwijnen en er wordt volop gespeculeerd over de toekomst van het boek (of beter, het gebrek daaraan). Wat hebben we eigenlijk nog aan literatuur, of aan lezen in het algemeen?’ – Wytske Versteeg

Peter Zantingh

Mij viel het woordje ‘nog’ op in de vraag hierboven. Wat hebben we er nog aan. Alsof er in de tussentijd, tussen niet helemaal definieerbare ‘toen’ en ‘nu’, iets veranderd is. Toen ja, toen hadden we er iets aan. Wat hebben we er nu nog aan?

Dat zal zijn omdat we nu minder boeken lezen. Is dat gemakkelijk aan te tonen? We kopen er in elk geval minder, dus waarschijnlijk lezen we ook minder. Minder dan toen.

Ik merk bij mezelf en om me heen dat een van de redenen daarvoor is dat we de verveling nagenoeg uitgeroeid hebben. We raken steeds meer gewend aan korte momentjes van bevrediging – een tweet of Facebook-update kost je drie seconden, misschien minder. En je kunt weer door naar de volgende. Ken je dat gevoel, dat je denkt: eigenlijk heb ik wel genoeg van die berichtjes gelezen, ik moet iets anders gaan doen, maar dat je toch door blijft scrollen?

Of dat je je telefoon uit je broekzak haalt, ontgrendelt, even langs de icoontjes bladert, vergeet wat je precies wilde doen (of dat nooit geweten hebt) en hem weer wegstopt?

Terug naar de vraag. Wat hebben we aan literatuur? Als het aan mij ligt, nu niets meer of minder dan toen. Het verschil is dat we snelle bevrediging nodig hebben, lijden aan updasitas. (Dat woord verzin ik net. Ik heb het gegoogled en vond geen resultaten. Je dient het eerste deel, upda, op z’n Engels uit te spreken en het tweede, sitas, op z’n Nederlands.) Het kost veel mensen dus meer moeite om een boek te lezen, daar veel tijd in te stoppen zonder dat het direct iets oplevert, direct eindigt, zonder dat je direct door kunt naar het volgende. Als boekenliefhebber zeg ik: lees, want het loont. Het maakt je slimmer, completer, het geeft voldoening. Misschien niet direct, misschien zelfs niet na twintig bladzijden, als ondertussen je telefoon alweer vier keer getrild heeft. Maar uiteindelijk wel. Veel meer dan de vakantiefoto’s van een voormalig klasgenoot

Murat Isik

Ik weet één ding zeker: als ik in mijn kinderjaren niet zoveel had gelezen en zoveel tijd in de bibliotheek had doorgebracht, was ik nooit schrijver geworden.

Ik kwam op vijfjarige leeftijd naar Nederland en had in het begin een taalachterstand. Op advies van mijn juffrouw van groep 3 ging ik naar de bibliotheek en las ik in korte tijd zoveel boeken dat ik al snel uitblonk in (voor)lezen.

Als jongetje van negen, tien jaar, vond ik niets leuker dan met een zak snoep urenlang door de boekenkasten van de grote bieb op het Bijlmerplein snuffelen. Jeugdboeken, stripboeken, sportboeken, geschiedenisboeken, fotoboeken, ik bladerde ze met een onstuimige gretigheid door. Meestal stempelde ik er aan het einde van de middag zes af om een paar dagen later weer terug te keren.

Het is een periode uit mijn leven waar ik met warme gevoelens aan terugdenk.

Het doet me daarom pijn om te zien dat er in Nederland de afgelopen jaren tientallen bibliotheken zijn gesloten als gevolg van de draconische bezuinigingen waar we aan ten prooi zijn gevallen. Het was iets wat ik niet voor mogelijk had gehouden in ons land, want Nederland was een beschaafd land waarin kunst en cultuur werden gekoesterd en kinderen te midden van boeken opgroeiden.

Onlangs was ik voor een radio-interview op bezoek bij de prachtige OBA vlakbij het Centraal station in Amsterdam. Toen ik het gebouw betrad, zag ik ineens weer de bibliothecaresse bij wie ik in mijn jeugd vele boeken had afgestempeld. Ze had nog steeds lang rood haar en leek nauwelijks verouderd. Ze stond in de aankomsthal en deelde het mooiste Nederlandse boek aller tijden uit: De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. Het was een speciale editie voor de actie Nederland Leest. Ik keek naar het rek met de groene en rode exemplaren van Hermans’ magnum opus. De bibliothecaresse herkende me niet en vroeg, zoals ze dat aan alle bezoekers vroeg, of ik lid van de bieb was. Ik moest tot mijn schaamte bekennen van niet. ‘Maar mijn vriendin wel,’ probeerde ik nog.

Ze schudde vriendelijk haar hoofd. ‘Het spijt me, dan kan ik u geen exemplaar van De donkere kamer meegeven.’

‘Ik begrijp het,’ zei ik berustend. ‘Mag ik u misschien wat vragen?’

Ze knikte.

‘U heeft toch in de bibliotheek op het Bijlmerplein gewerkt?’

Ze keek me verbaasd aan. ‘Ja, dat klopt.’

‘Daar kwam ik als kind altijd.’

Ze glimlachte.

‘U werkt nu hier?’

Haar glimlach verdween. ‘Ja, sinds de bibliotheek op het Bijlmerplein is gesloten.’

Nu was het mijn beurt om verbaasd te kijken.

‘De bezuinigingen,’ zei ze hoofdschuddend.

Ik vroeg me af of ik haar moest troosten. Of misschien zij mij. We spraken nog wat over de Bijlmer. Ze vertelde dat ze daar nog steeds woonde.

Het werd steeds drukker in de aankomsthal.

‘Ik zal u niet langer ophouden,’ zei ik en maakte aanstalten om te vertrekken.

‘Wacht,’ zei ze haastig. ‘Hier, neem toch maar een boek mee.’

En even was het weer als op het Bijlmerplein.

Deniz Kuypers

Op basis van de ontluisterende feiten die Wytske aanhaalt in haar vraag, zou je denken dat steeds minder mensen lezen. Maar is dat wel zo? Zou het niet kunnen dat mensen evenveel lezen als vroeger, maar op een andere manier? Lezers gaan niet meer naar de bibliotheek of de boekhandel – ze kopen boeken online. En mensen lezen geen dikke boeken meer, maar Facebook updates, tweets en blogs.

Laat ik duidelijk zijn: ik ben een groot liefhebber van boekhandels en vind dat we alles moeten doen om ze in leven te houden. Twee jaar geleden ging Borders, een van de grootste boekhandels in Amerika, failliet. Inmiddels staat diens concurrent, Barnes & Noble, op het randje van de afgrond. Maar een paar kleine zaken in San Francisco houden moedig stand: Phoenix Books, Dog Eared Books, City Lights en meer. Ze doen hun best een publiek te trekken – ze hebben verse koffie en luie stoelen om in te zitten lezen – maar de grootste attractie zijn natuurlijk de boeken. Je kunt er lekker rondneuzen, aan boeken zitten en ruiken. Dat is een ervaring die Bol.com of Amazon voor mij nooit zullen weten te evenaren. Daarnaast zijn boekhandels essentieel voor debutanten: zij kunnen je boek onder de aandacht van een groter publiek brengen.

Een misschien nog wel grotere bedreiging voor het voortbestaan van lezen als waardevol tijdsverdrijf – en dus ook voor het voortbestaan van boekhandels, boeken en schrijvers – lijkt me de smaak van het publiek en hoe die de laatste jaren veranderd is. Ik bedoel niet alleen (maar wel een beetje) het feit dat lectuur over het algemeen populairder is dan literatuur, maar ook dat het concentratievermogen van lezers lijkt te zijn verminderd. Alles moet vanaf de eerste pagina, de eerste regel zelfs, spannend zijn. Het omslag moet je bij de lurven grijpen. We zijn zo gewend geraakt aan de manier waarop we online en op onze iPhones en iPads lezen – je bekijkt de kop, neemt even vlug de tekst door op zoek naar een woord of zin die eruit springt – dat we hetzelfde verwachten van boeken. We maken steeds minder de tijd om echt lekker voor een boek te gaan zitten. Ik merk het bij mezelf ook: als ik na mijn werk en mijn schrijven en sociale verplichtingen aan lezen toekom, staren alle ongelezen boeken op mijn plank me zo beschuldigend aan, dat ik het liefst een dun boek lees dat ik snel uit heb, om zo mijn leesachterstand een beetje in te halen. Vorige maand ging het mis: ik begon aan Cloudsplitter van Russell Banks, een boek dat bijna 800 pagina’s telt. Nu zit ik op pagina 400 en denk: ik had inmiddels ook de nieuwste Coetzee én Stoner kunnen lezen, dat boek waar iedereen het over heeft.

Ik denk niet dat het boek ooit zal verdwijnen. Mensen vertellen elkaar al duizenden jaren verhalen. Dat is iets wat de ziel nodig heeft. Alleen de manier waarop we dat zullen blijven doen, valt nog te bezien.

Dennis Rijnvis

Zelf beschouw ik literatuur als iets dat tussen ons in zweeft, een soort uitstoot van onze gedachten die wordt opgeschreven of voorgedragen. Vaak levert dat niets op, maar sommige mensen slagen er in om hun denkbeelden zo fraai, origineel of spannend te verwoorden dat anderen het graag willen lezen.

Maar hebben we literatuur nodig? Ik denk eerlijk gezegd dat die vraag niet echt relevant is. Literatuur is in mijn ogen niet te vergelijken met onmisbare gebruiksvoorwerpen zoals winterjassen of bedden. Het is iets wat bij mensen hoort, net als de CO2 die we uitademen en de tranen die we verliezen gedurende ons leven. We zullen ons altijd blijven uiten, of dat nou met een pen is, met een computer, een smartphone of met een bril van Google.

Ik vind het mooi als mensen vertellen dat ze de geur van boeken zo fijn vinden, dat ze het knisperende papier tussen hun vingers zo waarderen. Natuurlijk heb ik ook prachtige herinneringen aan de boeken die ik las in mijn jeugd. Ik kan me herinneren dat ik altijd zenuwachtig werd in bibliotheken, bij de aanblik van zo veel ongelezen avonturen. Als ik over de drempel stapte moest ik altijd eerst naar de wc van de zenuwen.

Maar misschien spreken de kinderen van nu over vijftig jaar nostalgisch over de dagen waarin ze met hun vingers langs glanzende schermen van mobiele telefoons streken en vervloeken ze nieuwe technieken waarbij de gedachtenwerelden van verschillende mensen zonder tussenkomst van apparaten rechtstreeks op elkaar wordt aangesloten.

Zo lang we denken, zal er literatuur zijn, in welke vorm dan ook, daar ben ik van overtuigd. Niet omdat we het nodig hebben, maar omdat het bij ons hoort. Literatuur zit niet in boeken, kleitabletten of computers, het zit in ons hoofd.

Wytske Versteeg

Natuurlijk is er geen reden nodig om een boek te pakken, geen nut noodzakelijk voor literatuur. Want zodra lezen een doel krijgt is het plezier al snel verdwenen, wat de leeslijst voor Nederlands een dubieuze zaak maakt.

Maar afgezien daarvan is lezen heel efficiënt. De schrijver stopt soms jaren in het maken van een verhaal dat je als lezer binnen een tijdsbestek van uren tot je neemt. Zo krijg je als lezer vanuit je veilige leunstoel een inkijkje in talloze levens die mijlenver van je af staan. Naast gewoon leuk is dat ook een oefening in empathie; soms verontrustend, soms juist geruststellend.

Op de meeste plaatsen wordt ons verteld hoe we moeten zijn (mooier, slimmer, rijker), wat we moeten doen (beter ons best). Op school, op het werk, maar ook in films en reclames wordt ons één beeld voorgespiegeld: hoe het beter kan. Wie we zouden moeten zijn. Hoe gelukkig alle anderen zijn.

Literatuur doet iets anders.

Literatuur is de plaats waar we zien hoe het erger kan. Het is het domein van personages die al gebroken zijn of op het punt van breken staan, mislukkelingen en tragische (anti-)helden. Ze zijn verlegen en het heet geen sociale stoornis, ze zijn preuts maar hunkeren, ze willen het allerbeste maar kunnen niet voorkomen dat hun leven een puinhoop wordt. Ze zijn, kortom, menselijk, al te menselijk. En speelbal van de omstandigheden – in dit geval het malicieuze brein van de schrijver, want ja: schrijven over geluk is nu eenmaal veel lastiger. Soms komen die karakters er in de loop van het verhaal nog bovenop – vaker gaan ze te gronde.

En wij kunnen het boek dichtslaan en weten dat we niet alleen zijn.

Deel dit bericht

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>