Voorpublicatie: Savelsbos – Dennis Rijnvis

Op 8 maart komt Savelsbos, de debuutroman van Dennis Rijnvis, uit. Maar wie niet zo lang wil wachten, kan nu al een voorpublicatie lezen.

Savelsbos is een psychologische thriller over vier vrienden die in hun jeugd verantwoordelijk zijn gehouden voor de verdwijning van een meisje, maar zelf volhouden onschuldig te zijn. In een wanhoopspoging om de waarheid te achterhalen keren ze als volwassenen terug naar de plek waar ze hun jeugdvriendin kwijtraakten: de mergelgroeves in het Limburgse Savelsbos.

Savelsbos

Als Juul is vermoord, zoals iedereen denkt, liep haar moordenaar tien jaar geleden over dit grindpad, dat sinds haar verdwijning de voetafdrukken van talloze voorbijgangers heeft gedragen. In die tijd hebben wij geboet voor zijn daden. Dat prent ik mezelf steeds weer in.

We durven alleen in de duisternis terug te keren naar de plek waar het begon. Mijn voeten zoeken houvast in de ijzel. Nils loopt voorop en kijkt om. Steeds opnieuw, alsof hij zich afvraagt wanneer ik mijn evenwicht zal verliezen. We zijn hier alleen, maar niet voor lang. We moeten dit met zijn vieren doen, voor Juul.

Ik herken het Savelsbos uit mijn jeugd: de hellingen die we voorzichtig op schuifelen en zelfs de bomen die langs het pad naar onze schuilplaats staan. Alles is kleiner dan ik voor ogen had. De laatste keer dat ik hier om me heen keek, was ik even groot als de bramenstruiken die over het pad woekeren. Nu reiken de doorns tot mijn ellebogen. De koude wind tussen de bomen geeft me een onbehaaglijk gevoel. Zwiepende takjes treffen me in mijn gezicht voordat ik ze kan onderscheiden. Het bos heeft iets kils, zo zonder het licht dat het bladerdak in het voorjaar die felgroene glans geeft.

In de verte zie ik schimmen van hutten tussen de boomtoppen. Na Juuls verdwijning werd de bosrand een tijd afgezet en tot verboden terrein verklaard. Maar kinderen zijn hier nooit lang weg te houden. Zelfs nu de ingesleten wandelpaadjes tussen het struikgewas glad en nauwelijks begaanbaar zijn, kan ik hun stemmen uit de zomer horen. Ze zijn teruggekeerd om boomhutten te bouwen, verstoppertje te spelen en stiekem door de mergelgroeves te dwalen. Alleen in de winter mijden ze dit gebied.

Van de gebeurtenissen die ons achtervolgen, is op het eerste gezicht geen spoor meer te bekennen. De mergelgroeven zijn beter afgesloten dan vroeger, met ijzeren traliedeuren en hangsloten.

Het duurt lang voordat Nils in het donker de opening van het slot vindt. We gebruiken geen zaklantaarns buiten, we praten zelfs niet. Jonas komt later. Van Ron heb ik niets meer gehoord, eigenlijk betwijfel ik of hij nog komt.

De vochtige lucht van de ondergrondse gang dringt mijn neus binnen. De temperatuur in de groeven ligt altijd rond de tien graden. In de zomers die we hier doorbrachten – rennend, klimmend en sjouwend met pallets om onze schuilplaats in de bomen te bouwen – rustten we uit bij de ingangen van de onderaardse ruimtes om onze lichamen te baden in het briesje uit de gangen dat bij zomerse temperaturen een verkoelend effect had. Nu voelt de lucht uit de groeve warm aan in vergelijking met de kou om ons heen.

We luisteren naar het ruisen van bladeren en de wind die langs de hellingen en mergelwanden blaast. Schaduwen bewegen aan de randen van mijn ogen: geen mensen, maar contouren van struiken die zacht op en neer wiegen. ‘Niemand te zien,’ zegt Nils.

Hij opent het hek, wenkt dat we naar binnen kunnen. Starend naar zijn handen denk ik aan hem toen hij twaalf was, druk gebarend op het voetbalveld naar veel oudere teamgenoten, die hem gehoorzaamden. Zijn vinger in de lucht terwijl we in de klas zaten en iedereen naar nog onbegrijpelijke cijfers op het bord staarde. Wijzend naar een meisje van onze leeftijd, een vriendin, die we vastbonden op zijn commando. Nog steeds geloof ik niet dat hij ons bewust opjutte. We bewonderden hem, volgden hem zelfs die ene keer toen hij iets verwerpelijks voorstelde, omdat zijn samengeknepen bruine ogen en kaarsrechte houding ons ervan overtuigden dat dat het juiste was om te doen.

De trap naar beneden is versleten en ongelijk. Nils knipt zijn zaklamp aan. Ik volg zijn voorbeeld. Onmiddellijk herken ik de wanden waarin de vormen van uitgehouwen mergelblokken nog te zien zijn, de hoge plafonds en de ruime gangen waarin arbeiders de mergel met karren naar buiten vervoerden. Ik kijk naar het levensgrote indianengezicht dat op de muur is getekend. We noemden hem Het Opperhoofd en stelden ons voor dat hij over onze schuilplaats waakte.

‘Heb je iets gezien onderweg?’ vraagt Nils. ‘Wandelaars, politie?’

‘Waarom zou er politie zijn?’

‘En Ron? Heb je contact met hem gehad?’

‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik denk niet dat hij nog komt.’

De groeve wordt breder, schaduwen groeien op de muren. ‘Het is link dat hij weet dat we hier zijn,’ zegt Nils. Zijn stem galmt tegen het hoge plafond.

‘Hij heeft iemand,’ zeg ik. ‘Als enige heeft hij zijn leven een beetje op orde, dat moet je niet vergeten.’

‘We verdienen het allemaal om ons leven terug te krijgen,’ zegt

Nils. ‘Hij denkt alleen aan zichzelf, misschien was dat altijd het probleem met hem.’

Een hoopje gruis brengt me uit mijn evenwicht, de zool van mijn schoen glijdt weg. Ik probeer me te herinneren wanneer ik hier voor het laatst liep, of het gruis hier toen al lag. Het is een dwangmatig trekje geworden. Ik verdeel mijn herinneringen en waarnemingen in twee periodes: die van voor en van na Juul.

Onze schuilplaats lijkt kleiner dan vroeger, ongeveer drie meter in de breedte. In de lichtbundels van onze zaklantaarns zweeft stof. Aan de zijkant, tegen de muur, staat een opgerold slaapmatje. Vlak daarnaast twee emmers, wat flessen water, een jerrycan en twee houten kisten, die uitpuilen van de etenswaren: brood, thee, blikken soep. De gedachte dat we hier meerdere nachten zullen doorbrengen, benauwt me.

Deel dit bericht

Eén reactie op “Voorpublicatie: Savelsbos – Dennis Rijnvis

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>