Maak een foto van je schrijfplek en vertel wat er allemaal op te zien is en waarom

Murat Isik

Ik schrijf in de keuken, de meest stille ruimte in huis. Alleen daar blijf ik verstoken van de geluiden die van de straat en de buren in mijn gehorige Amsterdamse appartement dringen. In de keuken hoor ik het geblaf van de honden van mijn buurvrouw niet, erger ik me niet aan het gestommel in het trappenhuis en word ik niet door opgevoerde brommers uit mijn concentratie gehaald. In de keuken heerst de rust. Godzijdank.

Het duurde een tijdje voor ik daar achter kwam, want in het begin schreef ik aan het bureau in de eetkamer. Dat bureau moest op een gegeven moment echter plaatsmaken voor een enorme boekenkast. Ik moest op zoek naar een nieuwe plek. Ik schreef een tijdje op de bank en daarna bracht ik vele dagen schrijvend door in bed, met mijn laptop op schoot, maar al snel werd ik door de blaffende honden van de buurvrouw en het gekraak van haar Pilates-toestellen naar de keuken verjaagd.

Daar schrijf ik nog steeds. Ik kijk daar uit op de binnentuin, het territorium van de buurtkatten. En op werkdagen zie ik de tandarts aan de overkant in het gebit van haar patiënten wroeten.

Mijn bureau probeer ik zoveel mogelijk leeg te houden, al komt het er niet altijd van. Vaak liggen er oude boekenbijlagen en tijdschriften. En natuurlijk schrijfblokken. Op de hoek van mijn bureau staat een broodbakmachine, want een ander nadeel van een appartement in Amsterdam is ruimtegebrek.

Begin dit jaar maakte de Amsterdamse stadzender AT5 een kort portret over mij. Ze filmden bij mij thuis en ik liet mijn werkkamer zien en vertelde waarom ik daar schreef (de foto bij dit stuk, komt uit dat portret). Ook brachten we nog een bezoek aan mijn ouders. Ze vertelden hoe het was om door mij geïnterviewd te worden als research voor mijn roman en om mijn boek te lezen. (Zie deze link om het filmpje te bekijken.)

Als ik schrijf, luister ik vaak naar muziek. Op mijn playlist staan nummers van o.a. Bruce Springsteen, Coldplay en U2. Maar de muziek die het meest overheerst, is die van de Australische band The Temper Trap. Hun debuutalbum vormt eigenlijk de soundtrack van mijn debuutroman. Nummers als Sweet Disposition en Love Lost heb ik eindeloos vaak beluisterd tijdens het werken aan Verloren grond.

Tijdens het schrijven aan mijn tweede roman, luister ik vooral naar het tweede album van The Temper Trap. Ja, wat dat betreft lopen we synchroon.

Het nummer dat er op dat album voor mij met kop en schouders bovenuit steekt, is Everbody Leaves In The End, een bonustrack (voor de liefhebbers: het nummer is hier te beluisteren). 
De eerste keer dat ik dat schitterende nummer beluisterde, zat ik in de trein van Melbourne naar Sydney. En terwijl het uitgestrekte Australische landschap aan me voorbij trok en de zon langzaam richting de horizon daalde, hoorde ik de tekst:

Do you remember when we were young 

Chasing clouds down the rivers 

Catching birds in the sun.

Deniz Kuypers

Drie weken geleden heb ik een huis gekocht in San Francisco. Daarmee heb ik, na elf jaar hier te hebben gewoond, een droom waargemaakt: ik bezit nu een piepklein stukje van een van de mooiste steden ter wereld. Ik woon niet meer in een krap appartement met drie katten, veel teveel boeken, een slapeloze buurman die de hele nacht aan de telefoon hangt en een nare huisbaas. Die katten en boeken zijn er natuurlijk nog wel, ik heb nu alleen vier slaapkamers voor ze in plaats van één. Maar wat ik misschien nog wel het mooist vind, is dat ik eindelijk een eigen kantoor heb.

Het is geen groot kantoor. Ik heb het dan ook voornamelijk gekozen vanwege het uitzicht op de heuvelachtige stad, de glinsterende lichtjes van de Bay Bridge en de mist die ‘s ochtends op de baai hangt. Mijn bureau beslaat een hele muur, en ik zit in het uiterste hoekje, waar ik elk moment dat het schrijven even niet lukt naar buiten staar. Als San Francisco me niet inspireert, dan de tuin wel, waar het gras nodig moet worden gemaaid, of de boom waar ik lichtjes in wil hangen. Die projecten komen namelijk pas aan de beurt als ik klaar ben met schrijven, en dus keer ik me schuldbewust weer tot mijn computerscherm.

De boekenkast die je ziet, heb ik persoonlijk in elkaar gezet – een klus waar ik me dan weer wél graag over boog. Er staan zo’n 300 boeken in, geordend bij schrijver, maar verder zonder enig systeem. De rest van mijn boeken staat in twee boekenkasten in de woonkamer, of zit in dozen te wachten tot ik mijn verloofde ervan weet te overtuigen dat we écht nog een boekenkast nodig hebben.

Aan de muren hangen een foto van Amsterdam, een honderd jaar oude foto van een trein (beide kun je hier niet zien), een Frankenstein-poster en drie tekeningen van Jeannie Lynne Paske. Schrijven is beelden creeëren: eerst in mijn hoofd, daarna in het hoofd van de lezer. Kunst verschaft daarbij de visuele prikkel die ik soms nodig heb als ik vast kom te zitten.

Een andere techniek voor het schrijven is dat ik een denkbeeldig gesprek aanga met mijn personages. Ik nodig ze uit om op een stoel tegenover me te gaan zitten, bied ze iets te drinken aan en begin een dialoog. Tijdens dit dialoog let ik goed op hoe ze eruit zien, hun gebaren, hun woordkeus. De fles die naast de computer staat helpt daarbij: er zit whisky in (Laphroaig). Op de fles heeft mijn verloofde het motto van mijn debuutroman, Dagen zonder Dulci, laten graveren: ‘I dream of lost vocabularies that may express some of what we no longer can.’

Vroeger schreef ik op een laptop – in de keuken, in bed, waar ik ook maar een plekje kon vinden. Nu heb ik een iMac. Maar het liefst schrijf ik met de hand, in een druk café. Dat is onveranderd gebleven.

Mijn kantoor doet ook dienst als muziekstudio. Vandaar de grote speakers naast de computer, en alle gitaren die ook niet op de foto staan. Ik heb er in totaal vier, en een heleboel microfoons en kabels. Muziek maken is mijn grote passie naast het schrijven, vooral instrumentale rock/drone muziek. Maar aangezien ik geen platencontract heb en wel een boekencontract, is er van muziek maken weinig gekomen de laatste drie weken. Ik moet namelijk eerst de garagedeur repareren, en de scharnieren van de voordeur vervangen, en parket leggen in de serre, en…

Myrthe van der Meer

Eigenlijk is het niet zo moeilijk: als je ergens kunt denken, dan kun je er ook schrijven. Als je het aan mij vraagt, speelt schrijven zich namelijk vooral af in je hoofd en maar voor een heel klein deel op papier. Maar aangezien je uitgever die gedachten aan het einde van de rit toch graag op papier gematerialiseerd wil zien, is een tafel voor die laptop best handig.

Mijn belangrijkste schrijfplekken zijn een theehuis in de buurt en natuurlijk mijn huis. Het meest schrijf ik ’s nachts op een krukje aan de grote eettafel vooraan. Dat is echter niet alleen mijn schrijftafel, maar ook werktafel in het algemeen. Als je hem van dichtbij ziet, zie je dat hij vol zit met krassen, verf, lijm en gaatjes van passers en stanleymessen omdat ik hem ook gebruik voor tekenen, schilderen, het ontwerpen van omslagen en natuurlijk mijn grote hobby: vogels maken. Rechts van de computer zie je een spreeuw en een liggend roodborstje in wording, ergens ook nog een ijsvogeltje en naast de televisie de uil.

De glazen tafel naast de blauwe stoel is mijn tweede bureau. Voordeel daarvan is dat het voor het raam staat. Dat gebruik ik echter vooral in de zomer en als ik iets moet overtrekken (onder het glas hangt een lamp). Wat je niet meteen doorhebt als je in de Ikea staat is dat zo’n strak glazen tafel met metalen rand weliswaar erg mooi is, maar ook ijskoud als hij in de winter voor een slecht geïsoleerd raam staat.

Gelukkig is hout dan net wat vorstvrijer – alleen heeft de grote tafel ook een groot risico in zich: de rechterhelft is weliswaar semi-maagdelijk schoon, de linkerhelft ligt vol met stiften, potloden en verschillende soorten papier die allemaal schreeuwen om ideeën. Nu zie je bijvoorbeeld dat de letters voor het volgende boek al richting de computer zijn gekropen, en op de lage kast bij de uil liggen alweer verschillende varianten van het omslag klaar.

Op de achtergrond de televisie die ik naar me toe kan draaien als ik afleiding/achtergrondruis wil, de kat van mijn ouders die me als screensaver gemeen aanstaart als ik weer eens schrijfontwijkend gedrag vertoon, een palmboom omdat naar groen kijken gelukkiger zouden maken, daarachter twee kasten vol paardenboeken als fort van inspiratie en op de schoorsteenmantel de Playmobilridders te paard omdat Playmobil nou eenmaal geweldig is. Eigenlijk is mijn werkplek dan ook heel ordelijk; alles heeft een functie, alles heeft zijn plek.

Waarom het er op de foto dan uitziet als zo’n enorme chaos, is mij dan ook een raadsel…

Dennis Rijnvis

Ik zit thuis middenin een verbouwing, dus mijn schrijfplek is een weekje verhuisd naar mijn ouders. Maar eerlijk gezegd verschilt de plek die ik tijdelijk heb ingericht niet zo van de schrijfomgeving in mijn huis: een goede computer en een goede bureaustoel, dat is alles wat ik nodig heb.

Van collega-schrijvers hoor ik wel eens dat ze in de weer zijn met geprinte velletjes die ze op de vloer leggen om de structuur van een boek beter in hun hoofd te krijgen. Ik begrijp zelfs dat er auteurs zijn die liever met pen en papier schrijven omdat ze dan meer gevoel in hun werk kunnen leggen.

Zelf geloof ik niet zo in die schrijfromantiek. Ik werk digitaal, heb zelfs niet eens een printer. Als ik iets rustig wil teruglezen ‘print’ ik het op mijn e-reader. Mijn bestanden bewaar ik op Dropbox zodat ik in principe overal kan werken aan mijn boek.

Ik werk thuis, net als hier bij mijn ouders, op een Herman Miller-bureaustoel omdat het ontwerp mijn wat afwijkende ruggenwervels ontlast. Misschien is dat een placebo-effect, maar dat interesseert me niet, zo lang ik me maar beter op mijn schrijfwerk kan concentreren.

Eten doe ik bijna nooit achter mijn bureau. Als ik een boterham of zak chips binnen handbereik heb, focus ik me daarop in plaats van op mijn werk. Ik heb een dwangmatige neiging om afleiding te zoeken, ook op internet. Soms is het zo erg dat ik mijn schrijfplek verlaat en in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag ga zitten met een oude laptop waarop ik geen draadloos internet heb (dan download ik mijn Dropbox-bestanden vooraf).

Eerlijk gezegd ben ik ook niet zo gehecht aan een bepaalde plek. Ik kan overal schrijven. Wel vind ik het belangrijk om op een goede computer te werken met een groot beeldscherm waarop de letters mooi worden weergegeven. Als ik mijn werk met een nieuwe blik wil lezen, verander ik vaak het lettertype en de lettergrootte een paar keer. Waarschijnlijk vinden andere mensen die strategie net zo onzinnig als ik het schrijven met pen en papier.

Wytske Versteeg

Ik had hier ook een foto kunnen plaatsen van de opklaptafeltjes in de trein, van mijn bed, of mijn bad, want een vaste schrijfplek heb ik niet. Ik ben vaak onderweg en daarmee zijn meteen mijn belangrijkste schrijfattributen benoemd; laptop en notitieboek.

Maar mijn oude houten bureautje is de plek waarnaar ik vroeg of laat weer terug keer, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het oppervlak ervan nogal snel volstroomt -deze foto was een goede aanleiding om op te ruimen. Als ik hier schrijf staat naast mijn Mac een kop Turkse koffie en om mij heen klinkt het geluid van de onvolprezen verhalenpodcast van de New Yorker. Achter me maakt de hond tevreden geluiden; haar kan het niets schelen wat ik op papier krijg. En mocht ik vergeten wat belangrijk is, dan hangt op de muur vlak voor me een ansichtkaart waarop een Japanse schilder zichzelf heeft afgebeeld. Hij was toen al in de tachtig en deze schildering was een brief aan een vriend, waarin hij schrijft dat hij veel geprobeerd heeft, maar dat het meeste mislukt is – in zijn hele oeuvre ‘zitten misschien een paar aardige schetsen’. Niet op de foto, maar hoger op de muur hangt nog een meesterlijk gedicht van Paul Ostaijen, dat onmiddellijk duidelijk maakt waar schrijven voor mij over gaat:

Ik kan geen postzegels verzamelen
ik kan geen vrouwefoto’s verzamelen
ik kan geen amourettes kollektioneren
en geen wijsheid
ik kan niets meer

ik kan niets meer

Waarom doof ik de lamp niet
en ga ik niet te bed

(…)

Is zo niet het gans beginnende begin
Ik wil niets weten
ik wil niet vragen
waarom
ik niet werd een postzegelkollektioneur

Ik zal beginnen mijn débâcle te geven
ik zal beginnen mijn faljiet te geven
ik zal mij geven een stuk gereten arme grond
een vertrapte grond
een heidegrond
een bezette stad

Ik wil bloot zijn
en beginnen

(Vers 6 uit De feesten van angst en pijn

Peter Zantingh

Ik schrijf thuis aan een klein bureau. Ik sluit een monitor, toetsenbord, muis en speakers aan op m’n laptop. Op het grote scherm heb ik Scrivener openstaan, een geweldig goed programma voor schrijvers. Op het kleine scherm, rechts ernaast, Spotify.

Wat je verder op de foto ziet, min of meer van links naar rechts:

Een koptelefoon die ik vaak op zet als ik volop geconcentreerd wil zijn. De muziek waar ik tijdens het schrijven naar luister heeft zelden tekst, en al helemaal geen Nederlandse. Olafur Arnalds vind ik prettig, maar ook Ludovico Einaudi, Helios, Explosions In The Sky, Sigur Rós, Múm.

Een lamp, die ik uitkoos omdat hij op die van Pixar lijkt.

Een deel van de boekenkast, met rechts bovenaan veel Martin Bril en daaronder een plank met schrijfboeken. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen, maar de witte, een serie van De Schrijfbibliotheek, zijn vooral erg handig. Ook leuk, daarbovenop: The Writer’s Block, een vierkant boekje met 786 schrijfideeën. Weer een vakje lager ligt een deel van m’n tweede boek uitgeprint. Als ik bezig ben met herschrijven, print ik wat ik heb uit en ga ik er met de pen langs.

Een klein schrijfblokje met pen. Ik noteer daarop even een idee voor een andere volgorde van hoofdstukken, of bijvoorbeeld een to-do-lijstje van de dag.

Niet op de foto, vaak wel op m’n bureau wanneer ik aan het schrijven ben: de kat.

Deel dit bericht

2 reacties op “Maak een foto van je schrijfplek en vertel wat er allemaal op te zien is en waarom

  1. Dit vind il nou hartstikke leuk. Dit zoek ik ook al zolang, foto’s van schrijftafels, plaatsen. Heerlijk om te lezen hoe schrijvers werken en met wat. Ik ben altijd al enigszins nieuwsgierig naar hoe anderen werken geweest en dat inspireert mij weer ontzettend. Bedankt heel erg leuk gedaan, hopelijk kunnen wij dit soort onderwerpen vaker vinden!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>