Hoe ziet je ideale schrijfdag eruit en waarom werkt die aanpak voor jou?

Murat Isik

Ik had een probleem: ik was een nachtschrijver. Misschien kwam het doordat ik het gevoel had dat de wereld eerst moest slapen voordat ik de rust kon vinden om een letter op papier te krijgen. Ik begon laat en ging lang door. Soms werkte ik tot drie uur ’s nachts, terwijl ik de volgende dag om negen uur op kantoor moest verschijnen. Dat werkte niet, ik putte mezelf uit.

Hoe deden andere schrijvers dat? Natuurlijk, je had Stephen King die in zijn gloriejaren drank en drugs nodig had om de hele nacht in een soort staat van krankzinnigheid door te kunnen werken. Ik besloot meteen dat hij een slecht voorbeeld was.

Ik las veel interviews met auteurs die ik bewonderde en was in het begin erg benieuwd wanneer ze schreven en hoe lang. De meesten stonden vroeg op, aten snel wat en werkten tot in de middag door, om daarna te gaan wandelen of naar het café te gaan. En plotseling leek me dat heel aantrekkelijk: hard werken en jezelf daarna belonen met een zee van vrije tijd. Niet meer overdag aanhikken tegen het werk dat aan het einde van de dag wacht.

Ik besloot toen om mijn werkwijze om te gooien en ’s ochtends plaats te nemen achter mijn laptop. In het begin had ik veel last van uitstelgedrag, waardoor het steeds later werd voordat ik daadwerkelijk begon te werken. Dat frustreerde ontzettend omdat ik het gevoel had dat de dag door mijn vingers glipte. Ik moest eerder opstaan. Toen ik dat eenmaal kon opbrengen, merkte ik dat het me heel veel rust gaf. Ik had het gevoel dat ik een voorsprong had op de rest van de wereld en dat ik die de rest van de dag niet meer uit handen zou geven.

Het werkte. Ik werd productief, vooral toen ik mezelf ten doel stelde om minimaal een bepaald aantal woorden te schrijven voordat ik ermee mocht stoppen. In het begin was dat nog een bescheiden aantal: 500 woorden. Maar al snel werd dat een absoluut minimum en streefde ik naar 1.000 woorden. Als ik op 500 woorden bleef steken, was ik ontevreden.

Kortom, een ideale schrijfdag begint heel vroeg, het liefst om een uur of half negen. Ik heb de scène die ik wil uitwerken in gedachten en ga aan de slag. Maar eerst reviseer ik heel marginaal wat ik een dag eerder schreef. Dat doe ik vooral om weer in de sfeer van het verhaal te komen. Daarna begin ik aan de nieuwe scène. Op een goede dag stoot ik al snel door richting 500 woorden, wat een ontzettende boost geeft. Ik weet dan al dat die dag een vruchtbare wordt. Op zulke dagen schrijf ik niet alleen wat ik in gedachten had, maar krijg ik al doende ingevingen die ik spontaan verwerk in het stuk: onverwachte zijpaden, nieuwe personages of een wending. Ik ben tegenwoordig tevreden als ik zie dat ik op minimaal 1.500 woorden ben uitgekomen en het me bevalt wat ik teruglees.

Deniz Kuypers

Op een ideale schrijfdag sta ik om zeven uur op, doe de honden naar buiten, stook de open haard en maak een pot koffie van bonen die ik eerst zelf maal. Daarbij geldt: hoe exotischer de koffiebonen, hoe beter. Dan begeef ik me naar mijn studeerkamer, die tot het plafond gevuld is met boeken, en neem plaats achter mijn bureau. Ik kijk naar buiten, naar een landschap vol bomen en de Sierra’s op de achtergrond. Het sneeuwt altijd op mijn ideale schrijfdag, en het schrijven vergaat mij moeiteloos. Zelfs Philip Roth zou jaloers zijn op mijn zinnen.

Jammer genoeg bestaat dit scenario alleen in mijn hoofd. In de werkelijkheid sta ik ‘s ochtends om 5:30 op en schrijf twee uur lang op een kruk in de keuken of met een nachtlampje aan in bed. Vervolgens haast ik me naar mijn werk. Wanneer ik ‘s avonds thuiskom, schrijf ik weer twee uur. Het maakt niet uit waar: op de bank, in de keuken, in bed of in het café. Als het goed gaat, schrijf ik door tot een uur of tien. Als het uitzonderlijk goed gaat, schrijf ik tot diep in de nacht. Net als Hemingway probeer ik te stoppen voor de put leeg is: oftewel, ik hou in het midden van een scène op. Zo is het namelijk makkelijk om de volgende dag weer op gang te komen. ‘s Ochtends om 5:30 aan een nieuw hoofdstuk beginnen is een marteling, maar de inspiratie van gisteravond terugvinden, dat gaat wel.

In het weekend sta ik om 7:00 uur op en schrijf tot 12:00 uur ‘s middags. Dan heb ik de rest van de dag vrij. Maar als ik zin heb – wat meestal het geval is – schrijf ik ‘s avonds verder. Alleen op zaterdag- en zondagmiddagen schrijf ik bewust niet. Dat zijn lege uren, waarin ik me niet geïnspireerd voel en me moeilijk kan concentreren. Dat is wanneer ik afspraken maak met vrienden. Ik heb altijd een schrift bij me, en vaak heb ik na zo’n middag weer genoeg rust in mijn hoofd om opnieuw aan de slag te gaan.

Gemiddeld schrijf ik denk ik 40 uur per week, naast mijn vaste baan. Mensen vragen me weleens: ‘Maak je jezelf zo niet gek? Heb je geen tijd voor jezelf nodig?’ Maar schrijven is juist tijd voor mezelf. Weinig maakt mij gelukkiger dan schrijven. Niet dat schrijven altijd een pretje is, maar als ik lange tijd niet schrijf, voel ik me leeg vanbinnen. Dan word ik kribbig. De vele uren dat ik op mijn werk zit, of die zaterdag- en zondagmiddagen, zijn juist de momenten waarop mijn innerlijke batterij zich opnieuw oplaadt, zodat ik ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds laat weer achter mijn Mac kan duiken. Zelfs als ik full-time zou schrijven – dat is ook mijn droom en ambitie – zou ik het niet rustiger aan doen. Daar komt wel bij kijken dat ik maar heel weinig van wat ik schrijf ook daadwerkelijk gebruik. Het meeste doe ik niets mee. Vandaar dat ik na vijf jaar schrijven straks met een boek debuteer van 208 pagina’s. De vijf romans en talloze korte verhalen die ik daarvoor heb geschreven, en de herinnering aan de vele uren die ik daaraan heb besteed – uren vol frustratie, onzekerheid en ogen die prikten van de slaap -, zitten alleen in mijn hoofd. En waarschijnlijk is dat goed zo.

Myrthe van der Meer

Soms denk ik wel eens dat een ideale schrijfdag een mythe is. Ik kan me er misschien één herinneren, waarop ik zoals gewoonlijk naar mijn schrijfcafé ging, de computer aanzette en vervolgens in één ruk zesduizend woorden schreef die ook allemaal in het boek zijn blijven staan. Nog steeds heb ik geen flauw idee waar dat door kwam, want normaal stopt het toch bij rond de duizend tot tweeduizend woorden per dag.

Sowieso zijn schrijfdagen voor mij altijd chaotisch omdat ik nou eenmaal het beste ’s avonds en ‘s nachts werk. Niet dat dat schrijfcafé speciaal voor mij ’s nachts openblijft, en voor zes uur ‘s avonds kan ik ook echt wel schrijven, maar daarna begint het vaak pas echt te kriebelen – nadat ik me dus de hele dag met schuldgevoelens over onproductiviteit heb voortgesleept. Pas ‘s avonds word ik ineens overspoeld door ideeën en die moeten op papier, fysiek of digitaal, al helemaal uitgeschreven of in lijstjes opgesomd met daarin een stukje dialoog, een nieuw verband tussen twee personages, een idee voor de setting of meteen maar met een idee voor een heel nieuw boek en dat moet natuurlijk meteen uitgeschreven worden zodat ik rond een uur of twee of drie ’s nachts behoorlijk wat werk verschoven heb en stuiterend door het huis spring.

En dat is heerlijk. Maar ook verschrikkelijk chaotisch, helemaal als je ook nog eens erg onzeker bent over je productiesnelheid, het idee hebt dat je weliswaar veel werk verschoven hebt maar ook allemaal in alle verkeerde richtingen en je erg argwanend bent tegenover je vermogen om jezelf af te leiden met nieuwe projecten omdat je de oude alweer zo vaak overdacht hebt dat die nu saai zijn, je de concentratieboog van een grondeekhoorn hebt en je de tijd die je aan dat oude saaie project besteedt vooral gebruikt voor het berekenen van hoeveel dagen je nog zou moeten schrijven als je vanaf nu tweeduizend woorden per dag zou schrijven – en drie? Wow, bij zesduizend woorden heb ik mijn roman over tien dagen al af! Dat vraagt om een feestje!

En daardoor sta ik dus ook nog eens chronisch te laat op. En dan hebben we het nog niet eens over e-mail als ultiem afleidende factor.

Ik denk dus dat mijn ideale schrijfdag bestaat uit dat ik ’s ochtends heerlijk fris ontwaak op een keurig christelijk tijdstip. Na het ontbijt check ik rustig al mijn mail en sluit die dan voor de rest van de dag af, waarna ik naar het schrijfcafé ga en daar even terugkijk wat ik de dagen ervoor geschreven heb, netjes plan waar ik vandaag mee verder ga en vervolgens tweeduizend woorden schrijf in de hoofdstukken waar die nodig zijn, zodat ik als ik aan het eind van de middag weer thuis kom ik rustig mijn mail weer kan openen en wegwerken en de rest van de avond heerlijk vrij heb en lekker helemaal niets meer hoef te doen.

Right. Zul je net zien dat ik dan weer een idee krijg…

Dennis Rijnvis

Mijn ideale schrijfdag heb ik nooit beleefd, het is een fata-morgana. Ik heb me vaak voorgenomen om ’s ochtends om acht uur op te staan, rustig te ontbijten, twee uur te schrijven, te lunchen en ’s middags in twee blokken van anderhalf uur geconcentreerd verder te werken om zo binnen twee maanden een eerste versie van een boek te schrijven. Het is me nooit gelukt, ondanks twee wekkers, goede voornemens en gedetailleerde tijdsplanningen in agenda’s en op een blackboard.

Inmiddels heb ik me erbij neergelegd dat ik geen gestructureerde persoonlijkheid heb. Om te schrijven moet ik een soort drang voelen, of die nou voortkomt uit innerlijke noodzaak om een bepaald verhaal te schrijven of uit woede omdat ik alweer twee dagen niets heb uitgevoerd.

Vaak zie ik het licht bij nacht, op momenten dat het verstandiger zou zijn om naar bed te gaan. Soms heb ik opeens een moment overdag dat mijn concentratie meewerkt en ik zo opga in een scene dat ik niet eens denk aan uitstellen. Heel af en toe kan een deadline van een uitgever of agent er voor zorgen dat ik een paar dagen lang alles aan de kant schuif om die laatste hoofdstukken op mijn scherm te krijgen. In dat geval sluit ik me bijvoorbeeld op in Koninklijke Bibliotheek, zonder internetverbinding. Langer dan een dag of drie werkt dat niet; dan ga ik gesprekken aanknopen met andere mensen aan de tafeltjes of tijdschriften lezen.

Vaak zie ik het licht bij nacht, op momenten dat het verstandiger zou zijn om naar bed te gaan. Soms heb ik opeens een moment overdag dat mijn concentratie meewerkt en ik zo opga in een scene dat ik niet eens denk aan uitstellen. Heel af en toe kan een deadline van een uitgever of agent er voor zorgen dat ik een week lang alles aan de kant schuif om die laatste hoofdstukken op mijn scherm te krijgen. In dat geval sluit ik me bijvoorbeeld op in Koninklijke Bibliotheek, zonder internetverbinding.

Meer dan 1500 woorden op een dag schrijf ik eigenlijk nooit. Sterker nog: als ik dat aantal bereik heb ik een goede dag. Gemiddeld kom ik waarschijnlijk slechts 500 tot 700 woorden, maar er zijn ook genoeg dagen dat ik me voorneem om te schrijven en helemaal niets produceer. Kortom: ik houd deze bijdrage kort. Op dit gebied valt er weinig van me te leren. Daarnaast heb ik nog veel te weinig geschreven vandaag.

Wytske Versteeg

Idealiter zou mijn ideale schrijfdag al vroeg in de ochtend beginnen, wanneer ik met een goede kop koffie achter mijn laptop zou kruipen – als het even kan keurig aan mijn oude houten bureautje – en daar zou ik dan tot laat in de middag blijven werken, hoogstens onderbroken door een lunch. Ik stel me voor dat ik me dan omring met aan de muur geprikte schema’s vol pijlen, die plotlijnen en hoofdpersonen keurig met elkaar verbinden.

Maar in de praktijk gaat het anders. Ik schrijf in de trein, of terwijl ik mijn hond uitlaat, die de neiging heeft nogal lang weg te blijven. Ik ben bijzonder productief laat in de avond, en dan vooral buitenshuis, in hotelkamers, bij voorkeur in het buitenland. De beste gedachten krijg ik vlak voor ik in slaap val, en er helemaal geen zin meer in heb om nog iets op te schrijven. Of in bad (dat inmiddels uitgerust is met een speciale lees- en schrijfplank). Ideaal om te schrijven blijken dus steeds weer die momenten waarop ik bedenk dat er geen letter op papier hoeft te komen. En dat kan maar tot één conclusie leiden: op mijn ideale schrijfdag doe ik niets.

Peter Zantingh

Hoewel ik deze vraag zelf aan de groep gesteld heb, heb ik er geen antwoord op. ‘Ideaal’ bestaat niet. Ik probeer verschillende dingen uit en allemaal hebben ze hun voor- en nadelen. Ik zal mijn kortst mogelijk antwoord geven, dan kun je hier stoppen met lezen, als je wilt: als je maar schrijft.

Goed, zo simpel ligt het niet altijd. Maar wat ik ermee wil zeggen, is dat veel beginnende schrijvers die ik erover spreek, hetzelfde doen: van alles uittesten, op zoek naar de ideale omstandigheden. ‘s Ochtends vroeg opstaan of ‘s avonds laat doortrekken, korte sessies met een kookwekker of urenlang zwoegen totdat er genoeg goede woorden op papier staan, thuis in alle rust of temidden van kroegse gezelligheid.

Het is bovendien goed, denk ik, om onderscheid te maken tussen schrijven en herschrijven. Voor het schrijven van mijn debuutroman stelde ik me een aantal woorden ten doel, (800 per dag, geloof ik). Ik ging elke dag zitten om die woorden te schrijven. Zo veel mogelijk afgezonderd van de omgeving, met (instrumentale) muziek door mijn oordopjes.

Voor het herschrijven trok ik vaak weekenden uit. Ik wilde dan twee dagen achter elkaar vrij hebben, niets anders hoeven te doen dan schrijven. Ik zorgde ervoor dat er genoeg boodschappen in huis waren en dat er geen andere huishoudelijke taakjes in de weg zouden liggen. En dan begon ik met het herschrijven, herschikken, schrappen en aanvullen van mijn werk. Overdag, laten we zeggen tussen 10:00 en 18:00, en ‘s avonds nog een paar uurtjes. In zo’n weekend kreeg ik veel gedaan.

Nu ik met mijn tweede roman bezig ben, gaat het allereerst weer om het schrijven. Meters maken, zou mijn agent Willem Bisseling zeggen. Dat doe ik in korte sessies van een half uur, drie kwartier, maximaal een uur. Ik stel ze in met een iPhone-appje (30/30 heet deze) en schrijf door totdat de tijd vol is. De vingers niet van het toetsenbord, doorgaan. Het hoeft niet meteen perfect, als er maar iets geschreven wordt. Tussendoor neem ik steeds een kwartiertje pauze.

Maar dat betekent niet dat ik mijn ‘ideale’ schrijfdag gevonden heb. Hij bestaat niet, ben ik bang. Ook aan een houten tafeltje bij een idyllisch meertje in Zuid-Frankrijk, zoals die knul in Love Actually, zal er altijd wel iets zijn wat de potentie heeft om je van je werk te houden. Dus ga er niet naar op zoek, omarm de imperfectie en schrijf.

Deel dit bericht

4 reacties op “Hoe ziet je ideale schrijfdag eruit en waarom werkt die aanpak voor jou?

  1. Naast pianospelen, schrijf ik zo veel mogelijk. Altijd komt er wel een idee bovendrijven. Het aantal manuscripten in diverse stadia bedraagt nu 20. Al naar gelang mijn stemming, schaaf ik bij, begin aan een nieuw gedeelte of maakt ik een wandeling waarin ik een idee verder kan uitbroeden. Rekening houden met anderen hoort ook bij mijn dagindeling en als de kinderen en kleinkinderen komen logeren, komt er van schrijven niets. Voordeel van in het buitenland wonen, waar je vrienden nooit even aanwippen, maakt het gemakkelijker om door te kunnen schrijven. Mijn echtgenoot schrijft ook, maar leest meer. We hebben ieder ons eigen werkplek met een laptop. Een vast schrijfschema heb ik niet.

  2. Fantastische Sneeuw- Schrijfdag vandaag. Hoop dat het er nog ligt als Deniz terugkomt van zijn werk.
    Mooi licht! als ik nu alleen nog mijn ogen zou kunnen afhouden van de vlokken ging het schrijven moeiteloos. Waarschijnlijk.

  3. Op dit moment ben ik een nacht schrijfster, ik vind het moeilijk om op andere momenten de rust te vinden. Ik blokkeer alle social media en schrijf dan een uur achter elkaar door.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>