Hoe weet je of dat wat je schrijft literatuur is?

‘Hoe weet je of dat wat je schrijft literatuur is? Wie bepaalt of een boek literatuur is? Is dat iets wat door de buitenwereld bepaald wordt of bepaal je dat als schrijver zelf – en is het dan iets waar je tijdens het schrijven bewust mee bezig bent?’ – Myrthe van der Meer

Dennis Rijnvis

Laat ik eerlijk zijn: ik weet niet wat literatuur is. Ik begrijp de term niet goed. Een boek betitelen als een literair werk, staat voor mij gelijk aan zeggen dat het goed is. Daar is niets mis mee. Maar als mensen over literatuur praten, wekken ze vaak de indruk dat het een objectieve term is, een soort stempel vergeven door een hogere god die heeft bepaald dat een bepaald werk is verheven boven de schrijfsels van het klootjesvolk.

Volgens mij bestaat zo’n god niet en literatuur in die zin dus ook niet.

Natuurlijk zijn er wel boeken die door relatief veel mensen worden beschouwd als goed, of zelfs verheffend. Neem De aanslag van Harry Mulisch, of De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans. Maar aan de andere kant: mijn broertje koos zijn beroep, vliegtuigpiloot, onder invloed van een boek: Catch Me If You Can van Frank Abagnale. Dat is geen boek dat veel mensen als literatuur beschouwen, maar in het geval van mijn broertje zou de term toch best op zijn plaats zijn, omdat het verhaal hem inspireerde tot een keuze die bepalend was in zijn werkende leven.

Voor mij is mijn boek Savelsbos geslaagd als straks zo veel mogelijk mensen het boek waarderen en aanraden aan vrienden en kennissen. Ik hoop dat lezers worden meegesleept door het verhaal en de wrok zullen voelen van de personages die afdalen in de mergelgroeves van een Limburgs bos om een nooit opgehelderde verdwijning van een jeugdvriendin op te lossen.

Of mensen het literatuur zullen noemen (dat verwacht ik niet) of gewoon een goed, of spannend boek; het maakt me eigenlijk niet uit. Ik hoop zelfs dat de mensen die Savelsbos niet mooi vinden, het boek snel opzij zullen leggen om te zoeken naar een roman die wel op hun persoonlijke literatuurlijst past. Want misschien vinden ze in dat andere boek dan wel de inspiratie voor de baan van hun dromen.

Wytske Versteeg

Wat doet het ertoe of wat je schrijft literatuur is? Niets. Tegelijk: alles.

Onder de categorie ‘literatuur’ vallen, volgens Van Dale, alle teksten “van een bepaald niveau”. Wat dat niveau is wordt door de buitenwereld bepaald: de uitgever, de critici, docenten Nederlands. Zij zijn de mensen die van oudsher het recht hebben om het gebied van de literatuur af te bakenen, en vaak betekent dat dat er een hek omheen gezet wordt, bordjes geplant met ‘verboden toegang’ erop. Dat idee van literatuur in hokjes interesseert me niet zo erg.

Maar ik ben ook geen fan van E.L. James.

Vergelijk je het met muziek, dan is de kwestie of iets nu wel of geen literatuur is misschien wel een kwestie van zuiverheid, en van resonantie. Begint er bij mij iets mee te trillen door het stemgeluid van deze auteur? (Toegegeven, dit is een riskante vraag, gegeven het effect dat E.L. James op velen schijnt te hebben). Raken de woorden van de schrijver iets in mijn ziel, verandert er iets binnenin mij door het lezen van het boek? Oftewel, om Kafka losjes aan te halen, werkt het boek als bijl op mijn bevroren binnenzeeën – schept het een ruimte die er eerder nog niet was? Als een tekst daarin slaagt is het wat mij betreft literatuur. Dat heeft te maken met techniek, maar niet alleen daarmee – evenveel of zelfs nog meer met het vangen van iets wat ik niet zomaar een naam kan geven, anders dan menselijkheid misschien.

Wanneer ik zelf schrijf vraag ik me niet voortdurend af of mijn tekst dat niveau haalt – ik zou geen letter meer op papier krijgen. Toch zweeft ergens op de achtergrond, meer of minder vaag, altijd dat land van de literatuur in mijn gedachten, maar dan als uitzicht, fata morgana misschien, schoonheid om na te streven. Zonder hek natuurlijk.

Peter Zantingh

Afgelopen vrijdag gaf ik een lezing aan VMBO-leerlingen, die mijn debuut op hun boekenlijst hebben staan. Ze moeten in een schooljaar tien punten verzamelen met het lezen van boeken. Aan het eind volgt een mondeling. Een uur en achttien minuten is twee punten, De ontdekking van de hemel vijf punten. (Bij dat verschil kon ik me snel neerleggen.)

Het waren vanzelfsprekend niet uitsluitend boekenwurmen die van lezen een uiterste prioriteit maakten. Dus toen de lerares aan het eind vroeg of ik nog iets kwijt wilde, zei ik dat het natuurlijk niet zo leuk is dat je als middelbareschoolleerling moet lezen. Omdat het moet, wordt het minder aantrekkelijk. En ik zei dat ‘literatuur’ niet per se betekent dat het moeilijke taal is waarbij altijd het ene gezegd wordt, terwijl het andere, een diepere betekenis, bedoeld wordt. Als je geraakt wordt, is dat genoeg. Hopelijk bracht dat het plezier van het lezen van boeken wat dichterbij.

Dat is ook waar ik mee bezig ben tijdens het schrijven. Het moet mooi zijn, ik moet het mooi vinden, een ander moet het mooi vinden. De lezer moet zich na de laatste zin anders voelen dan vóór de eerste – dan heb ik het goed gedaan. Ik zou niet weten welke andere definitie ik voor mezelf aan ‘literatuur’ moet geven en ik moet er niet aan denken dat ik een of ander verheven beeld van wat het volgens anderen zou moeten zijn, probeer na te jagen.

Murat Isik

Om met de laatste vraag te beginnen: ik was tijdens het schrijven van Verloren grond niet bezig met de vraag of dat wat ik schreef literatuur was. Ik was bezig met het zo goed mogelijk op papier krijgen van het verhaal dat ik in gedachten had.

Ik vroeg me wel af of mijn personages voldoende tot leven waren gekomen, of ik de omgeving van het dorp voldoende beeldend had beschreven, of er genoeg conflict in het verhaal zat (niet alleen extern maar vooral ook intern conflict) en of de personages zich voldoende ontwikkelden.

Wie bepaalt wat literatuur is? Ik denk uiteindelijk de critici en vakjury’s, hoewel er volgens mij wel een algemene consensus is over wat, in grote lijnen, als literatuur kan worden aangemerkt. Zo is het niet bepaald een gewaagde uitspraak om te zeggen dat The Da Vinci Code van Dan Brown geen literatuur is. Brown schrijft op zo’n directe manier, dat hij alle regels van de literatuur aan zijn laars lapt. Zo hanteert Brown de regel ‘don’t tell but show’ in het geheel niet. Hij laat niet zien dat zijn personages boos zijn door het te beschrijven, maar door simpelweg te zeggen dat Robert Langdon, zijn bekende protagonist, ‘boos is.’ Hij legt de hele tijd uit en geeft zo de lezer niet de kans om zelf het verhaal te interpreteren of dingen te ontdekken. Brown zegt wat je moet zien en begrijpen. Het verhaal bestaat voornamelijk uit actie, als in het scenario van een Hollywood blockbuster, en veel historische feitjes die worden opgedreund als in een college over (kunst)geschiedenis. Jan Brokken zegt het treffend in zijn schrijfboek De wil en de weg: ‘Tijdens de eerste honderd pagina’s van The Da Vince Code zie je Dan Brown tandenknarsend achter de computer zitten. Een lezer uit Arizona zal immers niet weten hoe het Louvre eruitziet, noch dat het museum ooit een paleis is geweest. Je moet hem daarom, denkt Brown, bij de hand nemen en in de zalen rondleiden. Voor wie het Louvre kent is het een bijna hilarische exercitie: je hoort de toon van de gids, je leest het soort proza dat in toeristenfolders staat afgedrukt. Jammer, jammer (…). Doodzonde dus dat Brown in de situering van zijn verhaal in het folderproza is blijven steken.’

Als ik een roman lees, wil ik in het hoofd van een personage kruipen, door zijn gedachten bladeren, zijn innerlijke stem horen en zijn angsten voelen. Nu zal het Brown natuurlijk volledig koud laten wat ik hier over zijn magnum opus schrijf, en terecht, want van The Da Vinci Code zijn wereldwijd tachtig miljoen exemplaren verkocht, en dat is razend knap. Brown zal nooit de Man Booker Prize winnen. Toch verdient hij alle lof voor het wereldwijd aan het lezen krijgen van zoveel mensen. Zijn werk is niet literair, maar dat streeft hij ook helemaal niet na, want anders had hij dat wel gedaan of in ieder geval geprobeerd als oud-student Engelse literatuur. Maar of hij dan ook tientallen miljoenen boeken had verkocht?

Deniz Kuypers

Twee weken geleden werd mijn favoriete leraar Engels 70 jaar. Als antwoord op mijn verjaardagswens stuurde hij een quote van Willa Cather over leven en ouder worden. Zo gaat het al jaren: we delen gedichten, boekentips en overpeinzingen met elkaar.

Onze vriendschap begon al toen ik nog aan de UvA studeerde. We dronken vaak koffie in zijn kleine kantoor op de bovenste verdieping van het Bungehuis en praatten over boeken, van Philip Roths American Pastoral tot klassiekers. Hij vond vooral oudere boeken belangrijk, omdat die minder toegankelijk waren en het de taak was van een leraar om de leeservaring van een student te bevorderen. Zo leerde hij mij Heart of Darkness en The Turn of the Screw waarderen.

Op een dag liet hij me een opgevouwen lap stof zien. Hij zei dat een marktkoopman bij het uitspreiden van zijn waren er altijd voor zorgt dat de mooiste kant van de stof boven komt te liggen. Een slimme koper zal de lap dus moeten openvouwen om hem in zijn geheel te kunnen bestuderen – om de context te kunnen zien. ‘Context’, ‘tekst’ en ‘textiel’ zijn alle drie verwant aan het Latijnse woord voor ‘weven’. Oftewel, om een tekst te doorgronden, moet je hem ook openvouwen.

Of ik me daar bij het schrijven mee bezig hou? Een boek moet de lezer vooral entertainen, dus het gaat mij er allereerst om dat ik een goed verhaal op papier zet. Maar ik vraag me wel af: wat zou de lezer ontdekken als hij of zij mijn verhaal openvouwt?

Myrthe van der Meer

Sinds de roman PAAZ uit is, volg ik met verwondering zijn omzwervingen door de boekhandels. Soms op een tafel, soms in een toren, soms op een plank, maar één ding blijft hetzelfde: de plek wisselt steeds weer. In één en dezelfde boekhandel heeft PAAZ op de tafel met ‘Non-fictie’, ‘Literatuur’ en ‘Actueel’ gelegen. In die volgorde. Gelukkig lag ik daardoor niet wakker over de vraag wat hoe literair PAAZ dan was. Dat had ik namelijk in de twee jaar daarvoor al gedaan.

Ik denk dat elke schrijver zich wel ergens tijdens het schrijven bezig gaat houden (lees: zichzelf onzeker gaat maken) met de vraag wat hij eigenlijk aan het produceren is: wordt het ‘gewoon’ een leuk boek, of wordt het Literatuur, en wat is eigenlijk het verschil?

Na een studie tot redacteur, een baan bij een uitgeverij en het schrijven van PAAZ kan ik daarop antwoorden dat ik het nog steeds niet weet. Natuurlijk ken ik de antwoorden zoals ze in de boeken staan (gebruik stijlfiguren, vermijd clichés, schrijf iets waar mensen over een eeuw nog een moord voor doen en doe iets leuks met laagjes), maar steeds vaker kwam ik tot de conclusie dat ik niet wist waar theorie overging in praktijk. Ja, de meeste manuscripten die je als redacteur leest zullen nooit literatuur worden, simpelweg omdat ze gewoon slecht geschreven zijn. Maar hoe zit dan met de rest?

Is ‘literatuur’ net als bij de manuscripten ook gewoon het oordeel van een ander over een boek dat jij geschreven hebt, of is het een genre an sich, net als kookboeken en thrillers? Dat is een interessant idee, want dan zouden er net als bij andere boekensoorten dus ook slechte en middelmatige literatuur moeten bestaan. Gek genoeg hoor je daar nooit iemand over.

Dan lijkt het er dus toch op de literatuur ontstaat in het hoofd van de lezer: kranten strooien elke week hun sterren over de gerecenseerde boeken uit en bepalen daarmee wat literair is en wat niet. Maar lang niet elk boek wordt besproken, wat betekent dat er ook een selectie aan de poort plaatsvindt. De vraag is alleen: welke? Is het zo dat bij kwaliteitskranten alleen literatuur erdoor komt? Dat zorgt dan voor een boeiende paradox, want dan zou boek met een vernietigende recensie met slechts één ster in praktijk beter zijn dan het deel dat de poort niet haalde? Is de één dan de nieuwe zeven?

Van literatuur wordt vaak gezegd dat ze ingewikkeld is. Daar ben ik het wel mee eens. De laatste keer dat ik een boekhandel binnenliep stond PAAZ trouwens weer gewoon bij non-fictie. Ook daar kun je over discussiëren, maar dat is dan een discussie gebaseerd op feiten, niet op gevoel. Wel zo makkelijk.

Deel dit bericht

Eén reactie op “Hoe weet je of dat wat je schrijft literatuur is?

  1. Vorig jaar schreef ik dit ‘gedicht met een knipoog’ over de definitie van „Literair”
    Ik lees trouwens zowel luchtige literatuur als ook ‘literaire thrillers’, een etiket dat ook niet altijd de lading dekt.

    Literair… (definitie : Letter-Kundig)
    neem ‘t niet al te letterlijk
    of juist wel
    dan zit je al lezend
    lekker in je vel
    en zegt men..
    zo, zo, chapeau,
    jij bent belezen
    op niveau!

    maar ik…
    ik heb het soms
    al helemaal gehad
    bij het schutblad

    en bezondig mij,
    doe mij te goed
    aan te licht
    bevonden versjes
    van Toon Hermans
    die met
    weinig woorden
    zoveel zei
    dat letter-kundigheid
    een andere
    definitie kreeg
    voor mij

    en ik , letterlijk
    smacht
    naar een boek
    dat met literaire
    kracht
    op mijn niveau
    wordt uitgebracht

    auteur ©gerda hulsebos
    27-01-2012

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>